Advies bij een afscheid (Milarepa)

Advies bij een afscheid

Eigendom en bezit zijn als de ochtenddauw;
stel ze onbeperkt beschikbaar,
zonder de geringste gierigheid.

Kostbaar is het lichaam dat kan oefenen;
houd je aan de voorschriften,
als behoedde je je eigen ogen.

Boosheid leidt je naar een laag bestaan;
verlies dus nooit je gemoedsrust,
al kost het je je leven.

Laksheid brengt nooit verwerkelijking;
doe daarom oprecht je best
en laat diepe toewijding heersen.

Afleiding houdt de grote wet verborgen;
vestig je dus geconcentreerd
in onafgebroken oefening.

Boeddhaschap vindt men niet buiten;
wees je daarom innerlijk gewaar
van geesteswerking.

Wankel vertrouwen doemt als een mistbank;
als het geloof dreigt weg te ebben,
verbind je dan des te bewuster met kracht.

 

Bron: Chang, Garma C.C.: The hundred thousand songs of Milarepa.
Boston 1999, p. 626-627
Afbeelding: krishna deltoso
Vertaling: Gedel

sluiting

 

Het waarheidswiel (gedicht)

kaars

 

HET WAARHEIDSWIEL

Zwiep het wiel van de vier grote universele geloften* voorwaarts.
(Zen-meester Hakuin)

Dit lijdend lichaam is als
wensjuweel een herberg
voor elke levensvorm een
thuis voor alle bewegen
een diepe grond die vredig
de tekens voedt van wie
zoekt naar voeling met wat
werkelijk nergens voldoende
zich liefdevol leerde zien.

Inzicht omtrent oude honger
legt de oorzaak bloot van
mijn enge voorraad ademing
en lek geslagen interesse
die mij steevast proevend hier
het ongemak van overdaad
laat staren door de spijlen
in het lok- en weigerraster
van doodgeboren willekeur.

Geen enkele vorm is eindvorm
want zoveel versere werking ons
dagelijks zoveel eerder vormt
en ademloze voorgeboorte ons
uit veel dieper bron vervoert
ons hart zo ongenadig stuwt
door fluwelen volheid dat zelfs
jij oprecht gewekt je opent
voor vorstelijkst totaalbestaan.

De zegetocht van deze draak
door cellenstof en breingewas
leunend hier en proestend daar
maakt wel beschamend kenbaar
de grove wapens in mijn hand
de giftig geurende helingsdrang
en diep geschonden taligheid
van alle waakzotte wezens
zo sereen door hem verorberd.

 

Tekst: Gedel

* De 4 bodhisattva-geloften:

  1. Levensvormen ongeteld, ik zweer hen te behoeden.
  2. Wensen onverzadigbaar, ik zweer hen te bedaren.
  3. Bronnewerking onbegrensd, ik zweer hem te bevatten.
  4. Eenheidswegen eindeloos, ik zweer hen te begaan.

 

sluiting

 

Zeg “Een” (gedicht van Rumi)

 

Jij zit hier dagenlang
en zegt:
“Dit is een vreemde kwestie.”
Jijzélf bent de vreemde kwestie.
Je draagt de energie van de zon in je,
maar je blijft hem oppotten
op je bekkenbodem.

Je bent een raar soort goud
dat in de oven gesmolten wil blijven
om maar geen munt te hoeven zijn.

Zeg EEN in je eenzame woning.
Al het overige liefhebben is je nestelen
in een leugen.

Je bent van zoveel wijnsoorten zat geweest.
Proef dit.
Het zal je niet doen steigeren.
Het is vuur.
Geef maar op,
als je nu nog niet begrijpt dat
jouw leven brandhout is.

Deze woorden gaan zwellen.
Beter dan een gesprek
is innerlijke groei.

 

Vertaling: Gedel
Bron: prachtig vormgegeven uitgave van Green en Barks:
The illuminated Rumi

> HIER meer vertalingen van Rumi’s poëzie

 

sluiting

Betrouwbaar (gedicht + audio)

BETROUWBAAR

Rusten op de adem
zakken naar de bron

vele taferelen
verre verschijnselen
ontwortelend denken

steeds fijner de trilling
steeds ruimer de cel

onrust angst
onpeilbare dwang
woud van verlangens

rusten op de adem
zakken naar de bron

zwak behoeftig
aangetaste leden
uithuizigst bestaan

steeds fijner de trilling
steeds ruimer de cel

beelden als water
vlagen gevoel
waan alle greep

rusten op de adem
zakken naar de bron

weten van liefde
licht in het hart
bevrijdingsritueel

steeds fijner de trilling
steeds ruimer de cel.

 

(Tekst & audio: Gedel)

sluiting

 

Negen stadia van gemoedsrust

(HIER grotere versie)

Na de aandacht te hebben gevestigd op een verschijnsel
moet je die beleving niet laten wegglijden;
zodra je je helder bewust wordt van afgeleid zijn
moet je de geest weer terugbrengen naar dat verschijnsel.

Steeds beter zal een verstandige beoefenaar
de geest innerlijk weten te concentreren;
vervolgens laat je de geest zich ook verheugen
doordat je hem de voordelen toont van stabiele meditatie.

Weerstand tegen meditatie moet je bedwingen
door de onwenselijkheden te zien van afgeleid zijn;
op eenzelfde manier moet je het ontstaan bestrijden
van gemoedstoestanden als hunkering of verslagenheid.

Dan vestigt de beoefenaar een natuurlijke geestesstroom
die de vrucht is van het toepassen van een tegengif;
dankzij de gestage beoefening hiervan zul je verwerven
een natuurlijke geestesstroom die geen toepassing meer vraagt.

 

Verzen uit Asanga’s Mahayanasutralankara, geciteerd in
Engle, Artemus B.: Inner Science of Buddhist Practice. Boulder 2009, p. 164
.

Afbeelding uit: Namyal, Dakpo Tashi: Mahamudra, the moonlight;
quintessence of mind and meditation. Delhi 2008

 

 

Samantabhadra’s lofzang

Bodhisattva Samantabhadra

 

Je bekwamen in moeilijke oefeningen gedurende onmetelijke tijden,
vervuld worden door het pure onderricht van onsterfelijke boeddha’s,
vertrouwd raken met het bevorderen van verlichting voor talloze wezens
– luister hoe ik spreek over de weergaloze daden van bodhisattva’s.

Zij dienen de ongebonden boeddha’s en laten alle gehechtheid los,
overal bevrijden zij levende wezens zonder beeldvorming daarover,
zij streven naar duurzame goedheid en onafhankelijkheid van geest
– over hun sublieme oefenpraktijk spreek ik nu.

Immuun voor de kwade wil van demonen uit de drie bestaansgebieden,
worden zij bezield door edelmoedig handelen en hoogste verdienste,
met een vredig hart vermorzelen zij elke vorm van misleiding
– ik spreek nu over het pad dat zij bewandelen.

Niet meer geboeid worden zij door bedrieglijke illusies van de wereld,
zij laten levende wezens kennismaken met veelsoortige transformaties,
in komen, blijven en verdwijnen creëert hun geest talloze vormen
– ik spreek over hun vermogen om iedereen vreugde te schenken.

Dat levende wezens geboren worden, oud worden en sterven,
en gebonden en belaagd worden door onheil en moeite,
daarin zien zij de reden om hen te bevrijden en te bemoedigen
– luister hoe verdienstelijk zij zich inzetten.

Vrijgevigheid, beheersing, geduld, inzet, meditatie, wijsheid,
geschikte middelen, vriendelijkheid, mededogen, gelijkmoedigheid:
in een onafzienbaar tijdspad scholen zij zich hierin
– luister naar de heilzame kracht van deze wezens.

Eeuw op eeuw werken zij aan de realisatie van verlichting,
geen enkel moment zien zij aanleiding zich te hechten aan hun leven,
vanwege hun gelofte anderen te helpen zonder eigenbelang
– ik spreek nu over hun mededogend optreden.

Als ik hun verdiensten jaar in jaar uit bleef schilderen,
zou dat lijken op een druppel schenken in de oceaan,
zo weergaloos, zo onvergelijkbaar is hun innerlijke adel
– dankzij Boeddha’s inspiratie kan ik dit hier schetsen.

 

Bron: Cleary, Thomas: The Flower Ornament Scripture; a translation of the Avatamsaka Sutra.
Boston 1993, p. 1111.

 

 

Kracht (gedicht)


 

KRACHT

Bron die alle vuur voedt
verbergt zich in mijn lichaam
adem is haar lieflijk serum
aandrang haar gezag

het vele lijkt van haar los te staan
vonken doven zienderogen
maar ergens smelt van binnen
al wat huid heet tot het ene

beleven waarvan eeuw op eeuw
zij wist dat jouw meesterlijkheid
hierop wachtte en jij
je verheugend nooit stierf.

 

Tekst: Gedel

sluiting

 

Glorieuze boeddha (gedicht van Rilke)


Afb.: Pinterest

 

GLORIEUZE BOEDDHA

Midden van elk midden, kern aller kernen
steeds krachtiger zoetheidsamandel
tot aan de sterrengrens is dit alles
jouw vruchtvlees dat ik groet

kostelijk hoe niets meer kleeft
in jouw oneindigheid hoe
de bron stroomt en jou vult
en laat schitteren buiten

het licht van alle zonnen
die in gulste gloed jou sieren
terwijl van binnen reeds verstilt
wat glans en grauw overstijgt.

 

BUDDHA IN  DER GLORIE

Mitte aller Mitten, Kern der Kerne,
Mandel, die sich einschließt und versüßt, –
dieses Alles bis an alle Sterne
ist dein Fruchtfleisch: Sei gegrüßt.

Sieh, du fühlst, wie nichts mehr an dir hängt;
im Unendlichen ist deine Schale,
und dort steht der starke Saft und drängt.
Und von außen hilft ihm ein Gestrahle,

denn ganz oben werden deine Sonnen
voll und glühend umgedreht.
Doch in dir ist schon begonnen,
was die Sonnen übersteht.

 

Rainer Maria Rilke, Sommer 1908 (vor dem 15.7.), Paris.
Rainer Maria Rilke: Ausgewählte Gedichte. Frankfurt am Main, 1966, p. 60
Die Gedichte. Frankfurt am Main, 1996, p. 539.
Vertaling: Gedel

sluiting