Betrouwbaar (gedicht + audio)

BETROUWBAAR

Rusten op de adem
zakken naar de bron

vele taferelen
verre verschijnselen
ontwortelend denken

steeds fijner de trilling
steeds ruimer de cel

onrust angst
onpeilbare dwang
woud van verlangens

rusten op de adem
zakken naar de bron

zwak behoeftig
aangetaste leden
uithuizigst bestaan

steeds fijner de trilling
steeds ruimer de cel

beelden als water
vlagen gevoel
waan alle greep

rusten op de adem
zakken naar de bron

weten van liefde
licht in het hart
bevrijdingsritueel

steeds fijner de trilling
steeds ruimer de cel.

 

(Tekst & audio: Gedel)

sluiting

 

Kracht (gedicht)


 

KRACHT

Bron die alle vuur voedt
verbergt zich in mijn lichaam
adem is haar lieflijk serum
aandrang haar gezag

het vele lijkt van haar los te staan
vonken doven zienderogen
maar ergens smelt van binnen
al wat huid heet tot het ene

beleven waarvan eeuw op eeuw
zij wist dat jouw meesterlijkheid
hierop wachtte en jij
je verheugend nooit stierf.

 

Tekst: Gedel

sluiting

 

Glorieuze boeddha (gedicht van Rilke)


Afb.: Pinterest

 

GLORIEUZE BOEDDHA

Midden van elk midden, kern aller kernen
steeds krachtiger zoetheidsamandel
tot aan de sterrengrens is dit alles
jouw vruchtvlees dat ik groet

kostelijk hoe niets meer kleeft
in jouw oneindigheid hoe
de bron stroomt en jou vult
en laat schitteren buiten

het licht van alle zonnen
die in gulste gloed jou sieren
terwijl van binnen reeds verstilt
wat glans en grauw overstijgt.

 

BUDDHA IN  DER GLORIE

Mitte aller Mitten, Kern der Kerne,
Mandel, die sich einschließt und versüßt, –
dieses Alles bis an alle Sterne
ist dein Fruchtfleisch: Sei gegrüßt.

Sieh, du fühlst, wie nichts mehr an dir hängt;
im Unendlichen ist deine Schale,
und dort steht der starke Saft und drängt.
Und von außen hilft ihm ein Gestrahle,

denn ganz oben werden deine Sonnen
voll und glühend umgedreht.
Doch in dir ist schon begonnen,
was die Sonnen übersteht.

 

Rainer Maria Rilke, Sommer 1908 (vor dem 15.7.), Paris.
Rainer Maria Rilke: Ausgewählte Gedichte. Frankfurt am Main, 1966, p. 60
Die Gedichte. Frankfurt am Main, 1996, p. 539.
Vertaling: Gedel

sluiting

 

Geruststellingen bij het sterven (Milarepa)


Milarepa (afb.: Wikipedia)

GERUSTSTELLINGEN BIJ HET STERVEN

Het grote Vrij Zijn van Uitersten
is als een machtige leeuw
die op zijn gemak in de sneeuw ligt
en onbevreesd zijn tanden toont.
Deze visie schenkt mij, de yogi, vertrouwen.
De dood leidt naar het bevrijdingspad!
De dood brengt vreugde voor wie deze Visie kent!

De hertebok, kalm en onzelfzuchtig,
draagt veelpuntige hoorns van de Ene Soort;
hij slaapt gerieflijk op de vlakte van Zalig Licht.
Dit oefenen schenkt mij, de yogi, vertrouwen.
De dood leidt naar het bevrijdingspad!
De dood brengt vreugde voor wie zo Oefent!

De vis van de Tien Vervolmakingen
rolt voortdurend met zijn gouden ogen
terwijl hij zwemt in de rivier
van Eindeloos Beleven.
Dit handelen schenkt mij, de yogi, vertrouwen.
De dood leidt naar het bevrijdingspad!
De dood brengt vreugde voor wie zo Handelt!

De tijgerin van Zelfverwerkelijking
is getooid met rijke strepen;
zij, de pracht van Moeiteloos Mededogen,
slentert onverstoorbaar door de wouden.
Deze discipline schenkt mij, de yogi, vertrouwen.
De dood leidt naar het bevrijdingspad!
De dood brengt vreugde voor wie Discipline kent!

Het papier van Voor- en Nadeelvormen
beschreef ik met de gewaarzijnsgeest;
in de staat van Non-dualisme
kijk ik nu en bespiegel.
Deze Dharma schenkt mij, de yogi, vertrouwen.
De dood leidt naar het bevrijdingspad!
De dood brengt vreugde voor wie Dharma kent!

De zuivere werking van de Krachtstroom
is als een rijzige adelaar die gedragen
door de vleugels van Kunde en Wijsheid
koerst naar het vorstendom van Leegte.
Deze verwerkelijking schenkt mij, de yogi, vertrouwen.
De dood leidt naar het bevrijdingspad!
De dood brengt vreugde voor de Verwerkelijkte mens!

 

Bron: Chang, Garma C.C.: The hundred thousand songs of Milarepa.
Boston 1999, p. 607
Vertaling: Gedel

sluiting

Adam Zagajewski: Zelfportret (gedicht)


Adam Zagajewski (Foto: Michał Łepecki / Agencja Gazeta)

ZELFPORTRET

Hij wordt steeds ouder. De kleding versleten. Hij leest veel, af en toe gaat hij op
in boeken zoals indianen in de ondoordringbare jungle. Hij valt in herhaling,
alles herhaalt zich, het gele notitieboekje in de zak, de machtige stem van muziek.
’s Avonds gaat hij in zijn verkreukeld hemd voor het raam staan, gaapt.
Op elke foto ziet hij er iets anders uit – het gezicht van zijn vader breekt door in het zijne, licht melancholisch; de korte witte baard betekent volgens zijn tegenstanders niets minder dan capitulatie.
Hoopvol kijken de ogen in de sluiter. Hij wordt ouder.

Hij houdt van water, slaperige stromen door de vlakte en de groene oceaan; wanneer hij zwemt, zinkt zijn lichaam in de donkere vloed, als wilde hij een andere bestaansvorm testen.
De wind beneemt hem de adem, de nacht geeft absolute rust terug
(het enig absolute dat we bezitten, zegt spottend een bekende, met wie hij al tientallen jaren verbeten vecht).
Hij is burger, denkt aan zijn gewonde land,
aan de tuin der kinderjaren, die er nooit was.

Hij reist veel – april in Belgrado, pokken van de laatste oorlog,
de gezwollen Donau herinnert zich de zorgeloze jeugd in Duitsland,
in mei Jerusalem, ook hier sporen van oorlog, en desondanks hangt er heiligheid
over de legendarische stad als de geur van magnolia’s,
de vragen van de journaliste klinken wonderlijk vertrouwd.
De vervreemding neemt toe. Altijd hetzelfde: een vast ontbijt, na het middageten
een lange wandeling. Geleidelijk verwordt hij tot een roerloos object.
Dromen brengen hem naar het onderaardse, de ochtend weet hem vaardig te bevrijden.

Maar dit toch ben ik, nog steeds ik, de eeuwig zoekende en gedaanteloze, altijd nog ik, elke ochtend slaat
een nieuw hoofdstuk open en weet geen eind daaraan te maken, dat ben ik
op straat, bij het station, ik, die het kind hoor huilen, die het geschater van de studenten hoor,
het fluiten van de spreeuw, ik – onwetendheid, ik – onzekerheid, ik – verlangen,
verwachting en wilde vreugde, ik, die er niets van begrijp,
die reageer op provocaties, die twijfel, weer van voren af aan probeer te beginnen,
die me verstop in het gesprek, in de wanhoop, van de geleerde discussie,

in de stilte van de winterdag, ik – verveeld, berustend,
ongelukkig, arrogant, ik – in dromen verzonken
als een twaalfjarige, doodmoe als een grijsaard,
ik – in het museum, aan zee, op de markt in Krakau,
hunkerend naar het moment, dat maar niet beginnen wil, dat zich schuilhoudt
als bergen op een bewolkte namiddag, uiteindelijk komt
helderheid, en ik weet plotseling alles, weet – dat ben ik niet.


(Adam Zagajewsky: Unsichtbare Hand; Gedichte.

München 2012, p. 129
Vertaling: Gedel)

 

Kluizenaarsleven, in de nazomer (gedicht)

KLUIZENAARSLEVEN, IN DE NAZOMER

Met deze rustplek
weet de wereld zich geen raad,
maar diepste aandoening
wordt er genezen

ik laat de woorden glanzen
van oude gedichten,
aanschouw de berghellingen
en slaap buiten mijn hut

kleurrijke wolken schuiven
voor de ondergaande zon,
cicades weerklinken
verspreid tussen de bomen

dit alles
vervult mijn hart steeds weer,
en wie kon dit bedenken zo
zonder beurs of borrel?

 

YaoHo (Mike O’Connor: Where the world does not follow;
buddhist China in pictures and poems. Somerville 2002, p. 97)
Vertaling: Gedel

 

sluiting

 

 

De dichter (gedicht)

poetry-battle

DE DICHTER

Tijd neemt afstand
ijlend slaat zij diepe wond
dag en nacht zocht ik eenzaam
waar woord zijn herkomst vond

geen lief geen onderdak
geen werk brengt mij tot leven
alles waar ik me aan schenk
toont mij voltooider weergegeven.

 

Rainer Maria Rilke: Ausgewählte Gedichte. Frankfurt am Main, 1966, p. 38.
Vertaling: Gedel

 

sluiting