Stiltijding nummer 16

Nummer 16 van Stiltijding, een halfjaarlijkse publicatie, is verschenen.
Naar deelnemers, donateurs en abonnees is een gedrukt exemplaar verzonden.

Klik op afbeelding voor de pdf versie [13 mb]

INHOUD:

  • Aan zet – column
  • Werken aan bevrijding – in gesprek met Ad, door Birgitta Putters
  • Het reine – gedicht door Gedel
  • Recept – door Bram Juffermans
  • The short prajnaparamita texts – boekfragment
  • Wonderlijk – expressie (muziek)
  • Een bittere pil – door Laura Haast
  • Mijn hart wakkert – gedicht door William Carlos Williams
  • Van belofte naar gelofte – door Yvonne Stamps
  • Grote ja – door Maurice Schelling
  • Vreemde gasten in de herberg – door Bert Hoogstand
  • Boeken – nieuwe aanwinsten
  • Interesse – didactiek
  • Sterk spul – door Birgitta Putters
  • Eindeloos – doodsgedicht van Mumon

Op papier is de Stiltijding nog fijner lees- en beleefbaar.
Ben je geen deelnemer bij Stiltij maar zou je wel de Stiltijding willen ontvangen, dan kun je deze bestellen via het Stiltij-secretariaat.
Daar kun je je ook abonneren voor € 10,- per jaar; hiermee bevorder je tevens de continuïteit van dit magazine.

 

HIER het Stiltijding-archief met alle verschenen edities.

 

 

Lucebert reciteert Schimmenspel

SCHIMMENSPEL

nu begint dat andere taaie ongerief
dat van de ouderdom van ik had je zo lief
moeder wereld knekelhuis en zonder baten
blaat je alleen nog verminkte citaten
waarmee je de legende van jezelf kruidt en bederft
en het wordt later en later

en dan de conversatie zeg maar geklets
elke aanspraak valt als een pot erwten in je oor
in je wanhoop zet je daar dan een dikke deur voor
en achter grendels achter het al vagere gekeuvel
draag je hijgend zand aan voor een hoge heuvel
die je dan met wankele tred beklimt tot de top
daar aangekomen stijg je langzaam op
in mist en stilte verdwijnt je oude kop

Bronnen:
Tekst: Lucebert: Verzamelde gedichten Amsterdam 2002, p. 707
Video: Fragment uit ‘Hotel Atonaal’ (1993), een VPRO-film over de poëzie van de Vijftigers van Hans Keller en Remco Campert.

Recentelijk is er een biografie van Lucebert verschenen van Wim Hazeu, een mooi boek van bijna 1000 pagina’s, rijk geïllustreerd en uiteraard, gezien Hazeu’s ervaring, literair smulspul.

HIER alle Stiltij-Youtube-video’s

 

Advies bij een afscheid (Milarepa)

Advies bij een afscheid

Eigendom en bezit zijn als de ochtenddauw;
stel ze onbeperkt beschikbaar,
zonder de geringste gierigheid.

Kostbaar is het lichaam dat kan oefenen;
houd je aan de voorschriften,
als behoedde je je eigen ogen.

Boosheid leidt je naar een laag bestaan;
verlies dus nooit je gemoedsrust,
al kost het je je leven.

Laksheid brengt nooit verwerkelijking;
doe daarom oprecht je best
en laat diepe toewijding heersen.

Afleiding houdt de grote wet verborgen;
vestig je dus geconcentreerd
in onafgebroken oefening.

Boeddhaschap vindt men niet buiten;
wees je daarom innerlijk gewaar
van geesteswerking.

Wankel vertrouwen doemt als een mistbank;
als het geloof dreigt weg te ebben,
verbind je dan des te bewuster met kracht.

 

Bron: Chang, Garma C.C.: The hundred thousand songs of Milarepa.
Boston 1999, p. 626-627
Afbeelding: krishna deltoso
Vertaling: Gedel

sluiting

 

Spiritualiteit

Spiritualiteit is geen kwestie van braafheid (slaafs de regels of rituelen volgen), noch een kwestie van uitzonderlijkheid (speciale ervaring, bijzondere toetsing).
Nee, spiritualiteit is simpelweg het meest basale aspect van mens zijn: toekomen aan onze ware aard.

Innerlijke kwaliteit (spiritualiteit) is de dagelijkse basis van al onze motivatie, van onze beleving en van ons funktioneren:

  • het verklaart de vasthoudendheid in ons zoeken naar geluk
  • het verklaart onze onvrede met vluchtige ervaringen
  • het verklaart ons aanpassingsvermogen, ons leerpotentieel

Want wat heb je als schepsel nu werkelijk nodig?
Twee elementaire dingen:

  1. rust in het hart
  2. brood op de plank

Dat is wat leraren als Boeddha en Christus (en álle goede leraren) hebben verkondigd en belichaamd: innerlijke kwaliteit is de essentie.
Is die basis eenmaal gevestigd, dan valt levensonderhoud en zintuiglijk bestaan vanzelf wel op zijn plaats.
Zij adviseren ten aanzien van wereldse verschijnselen:

  • houd je verre van zaken als roem, bezit, macht, succes – investeer er niet in, haal ze uit je systeem voorzover ze fungeren als motivator en identificator
  • zoek naar werkelijke vervulling en zingeving, zorg dat je je leven goed besteedt, ontdek wat de bedoeling is van jouw bestaan hier

In Boeddha’s eigen leven zijn er drie cruciale momenten aan te wijzen die van doorslaggevende betekenis zijn:

  1. thuisverlaten: anderen loslaten – eenzaamheid overwinnen
  2. verwerkelijking: de tijd loslaten – onbestendigheid overwinnen
  3. sterven: het lichaam loslaten – sterfelijkheid overwinnen

Dit zijn momenten die relevant en navoelbaar zijn voor ieder mens, alleen al in hun symbolische betekenis.
Je kunt ze niet alleen zien als particuliere, tijdgebonden ervaringen maar meer nog als permanente aspecten die voortdurend aan de orde zijn en die te maken hebben met het transcendente (het vormloze) in ons bestaan.

Zij vormen de diepe, universeel menselijke leerprocessen waarin duurzame levenskwaliteit wordt gevestigd en existentiële wetmatigheden blijvend gezag krijgen als reële bewustzijnsstaten.
Ieder van ons hoeft slechts deze drie klussen te klaren.
De rest is bijzaak.

Bedenk: Boeddha heeft het begrip “boeddhisme” nooit gekend…
Hij was niet uit op exclusieve processen of speciale rituelen, wilde geen wereldse instituten oprichten of verandering nastreven van het maatschappelijk bestel.

Het centrale grondmotief in Boeddha’s leven was zelfverwerkelijking, individuele waarheidsvinding, het realiseren van wijsheid: ontwaken.

Bron:
Ad van Dun: Thema’s ter verwerkelijking

 

sluiting

Geboren worden in afheid (17-12-31)

stiltijdharma-111Audio van meditatie-overleg, opgenomen op zondag 31 december 2017.
Thema: oefenen is ontdekken hoe onze volheid tot leven komt.

Oefenen betekent: je ieder moment opnieuw geboren laten worden. Het gaat niet om een idee of een vaag gevoel, het betreft een realiteit. Je faciliteert iets wat echt vorm krijgt, zoals een kind in een moederschoot. De tathagatagharba, betekent de schoot (gharba) van de zodanig-gaande (tatha-gata; Boeddha noemde zichzelf de Tathagata) en is in ieder van ons aanwezig, het is je boeddhanatuur ofwel je bewustzijn. Je wordt er door gedragen, bewogen en opgeschoond en het wekt jou tot leven. Stel daarom niet jezelf centraal, maar het leven, de zodanigheid. Het zoeken van verbinding met de werkelijkheid kan via je lichaam, besef van tijdelijkheid of ‘de ander’ verlopen. Op welk gebied heeft het leven geen vrije doorstroming? Waar merk je dat je vastzit? Maak daar dan werk van.

Het is belangrijk dat je oog krijgt voor de realiteit van geestelijkheid. Je geest is je ware lichaam! Laat daarom jezelf los, identificeer je niet met je ik-verhaal. Zolang je naar buiten gericht blijft en daar betekenis aan blijft geven, heeft het leven weinig toegang tot jou. De vraag is of jij je wil openen voor de levensstroom? Iedereen kan het, het vraagt geen opleiding of speciale omstandigheden, het vraagt alleen jouw verlangen en jouw vertrouwen.
Geloof je in jouw recht van bestaan, in de volheid van jezelf, in hartskwaliteit? Voel je het verschil tussen je bedoelde hart met zijn eindkwaliteiten en je gebrekkige hart dat zichzelf niet kent en vol zit met angst? Benut dan het verlangen naar je diepste geluk en schenk je vertrouwen aan het leven. Dit wil niet zeggen dat je vertrouwen hebt in wat er in de wereld om je heen gebeurt. De werkelijkheid verwijst naar binnen. Je innerlijkheid is veel reëler dan alle verschijnselen. Onderzoek het goed.

Als je onderzoekt wat de bedoeling van iets is, vul je het in eerste instantie zelf in. Als je wat langer bezig bent, ontdek je patronen en vraag je je af of het de bedoeling is om je op die manier aan zekerheden vast te klampen. Zo begin je te zien wat juist niet de bedoeling is. Via meditatie stop je die valse stroom van invulling en ontdek je langzaam wat wel de bedoeling is. Daar kun je geen beeld van maken; je kunt het alleen gaan voelen, gaan beleven.

Je beseft steeds meer hoe onzinnig het is, als het ik naast de levensstroom staat als een soort controleur of commentator. Alles wat van het ik komt, heeft per definitie geen wezenlijke waarde. Het ik heeft zijn eigen logica, maar dat is allemaal schijn. Het mist de samenhang. Pas door het aanboren van wijsheid en intuïtie kun je ontdekken hoe vervormd het ik-beeld is. Leer daarom je kleinheid los te laten en te luisteren naar wat het leven je influistert. Maak je ontvankelijk, zodat de bronkracht jou kan toestromen en opschonen. Zo word je getransformeerd tot een constante nieuwheid, een constante geboorte van je ware aard.

 

Het Ongeborene (door Zen-meester Bankei)

Niet één van jullie hier in dit gezelschap is onverlicht.
Hier, op dit moment, zitten jullie hier voor mij als boeddha’s.
Ieder van jullie ontving het boeddha-bewustzijn via je moeder toen je geboren werd, en anders niets.
Jullie zijn een verzameling ongeboren boeddha-geesten.
Als iemand denkt: “Nee, ik niet. Ik ben niet verlicht,” dan vraag ik hem naar voren te stappen.
Zeg me dan: wat maakt iemand onverlicht?

In feite bevinden zich hier geen onverlichte mensen.
Nu is het mogelijk dat je bij het verlaten van deze zaal tegen iemand opbotst, of dat iemand jou van achteren omver loopt. Wanneer je naar huis gaat, kan het zijn dat je echtgenoot, zoon, schoondochter of iemand anders iets doet wat je niet leuk vindt. Als zoiets gebeurt, en je houdt daaraan vast en gaat daarover broeden – het bloed stijgt naar je hoofd, je hoorns gaan overeind staan, en je vervalt in allerlei illusies vanwege eigenbelang – dan zal het boeddha-bewustzijn veranderen in een aggressieve geest, of je nu wilt of niet. Zolang dit niet gebeurt, leef je gewoon zoals je bent in het ongeboren boeddha-bewustzijn; je bent niet begoocheld of onverlicht. Maar zodra je er iets anders van maakt, word je een onwetend begoocheld iemand.
Alle illusies werken op dezelfde manier.

Daarom, wat iemand ook mag doen of zeggen, en wat er ook gebeurt, laat de dingen zoals ze zijn. Maak je er niet druk om en zoek geen voordeel voor jezelf. Blijf gewoon zoals je bent, direct in de boeddha-geest, en maak er niks anders van. Als je dat doet, dan zullen er ook geen illusies verschijnen en dan leef je onophoudelijk in het ongeboren bewustzijn. Jij bent een levende, ademende, stevig gevestigde boeddha.
Zie je niet? Je hebt een onbetaalbare schat in handen.

Wat zazen (meditatie) betreft: dat is een kwestie van de boeddha-geest op zijn gemak laten zitten. Het is het boeddhabewustzijn dat onafgebroken zazen doet. Zazen beperkt zich niet tot de tijd die je zittend doorbrengt. Daarom, als mensen hier iets moeten doen terwijl ze zitten, staat het hen vrij om op te staan en het te doen. Het ligt aan henzelf, aan hun bezieling.
Het is dan ook verkeerd om mensen een “grote bal van twijfel” aan te praten.

Mijn weg heeft niets van doen met “eigen kracht” of “kracht van anderen”. Het gaat beide teboven. Het bewijs hiervoor is het volgende.
Je zit hier tegenover me en luistert naar me; als er ergens een mus fluit of een kraai roept, of een man of vrouw zegt iets, of de wind ritselt in de bladeren – ook al zit je zonder enige bedoeling om te luisteren, je zult elk geluid horen en onderscheiden.
Omdat het niet jijzelf is die zorgt voor het horen, is het geen “eigen kracht”.
Anderzijds zou je er niets aan hebben, als een ander de geluiden voor jou zou horen en onderscheiden. Het is dus ook geen “kracht van anderen”.

Wanneer je zo luistert in het ongeborene, wordt elk geluid waargenomen zoals het zich voordoet. En dat geldt voor alle andere dingen, op precies dezelfde manier: het wordt volmaakt verzorgd door het ongeborene. Eenieder die zijn leven doorbrengt in het ongeborene, zal ontdekken dat dit waar is – wie het ook moge zijn. Niemand die in het ongeborene leeft, houdt zich bezig met zelf of ander. Hij leeft voorbij deze dingen.

Een monnik: “Als ik diep in slaap ben, droom ik soms. Waarom heb ik dromen? Wat betekenen ze?”
Bankei: “Als je stevig slaapt, droom je niet. Jouw dromen betekenen dat je niet stevig slaapt.”

Het belangrijkste is te ontdekken wie je bent.
Luister zorgvuldig naar mijn richtlijnen. Als je ernaar handelt, en je wordt er zelf absoluut zeker van, dan ben je op datzelfde ogenblik een levende boeddha.
Stop gewoon, en kijk waar dit zelf van jou vandaan komt.

Als je ongeboren bent, ben je de bron van alle dingen.
Het ongeboren boeddha-bewustzijn is de plek waar de boeddha’s uit het verleden allen hun verwerkelijking bereikten, en waar toekomstige boeddha’s datzelfde zullen doen.
Al bevinden we ons in de nadagen van de dharma, als ook maar iemand in het ongeborene leeft, dan bloeit de dharma in de wereld.
Geen twijfel mogelijk.

 

Dharma onderrichting van Zen meester Bankei (1622-1693).
Bron: Waddell, Norman: The Unborn; the life and teaching of Zen Master Bankei.
San Francisco 1984

 

 

sluiting

Leraar en leerling (artikel)


Foto: Schneiblefinearts.com

Leraren zijn structureel medeverantwoordelijk voor een heilzaam verloop van andermans oefenweg: onze existentiële onwetendheid en onvermogen worden opgelost dankzij de ontmoeting met wijsheidsonderricht.

Grofweg zou je kunnen zeggen: de leraar onderricht het visie-aspect, en de leerling toetst dit en past dit toe in de praktijkervaring van meditatie en dagelijks leven.
Zo leveren leraren een wezenlijke bijdrage aan onze bestaanskwaliteit: zij verhelderen, versterken en openen onze geest. Maar onevenwichtige leraren kunnen die geest ook benevelen, ondermijnen of uitschakelen.

 

> HIER het volledig artikel <

> HIER een lijst met alle verschenen artikels <

 

sluiting

Meditatie als basis (november 2017)

Tweede video van het Stiltij-verdiepingsweekend van november 2017.
Voorafgaand aan meditatie hadden we een kort overleg over absoluutheid en meditatie als expressie daarvan; loslaten laat ons zakken in volheid van beleving; bewust woordgebruik kan ons hierbij helpen.

 

> HIER de impressie van deelnemers
HIER alle Youtube-video’s