Wijsheid als noodzaak (artikel)


Vier rijpingsstadia van belevingskwaliteit

Alle maatschappelijke drukte (politiek, media, huishouding) doet ons haast vergeten hoe belangrijk innerlijkheid is in het leven van een mens. En zet je dan ook nog eens stevig in op het promoten van culturele verworvenheden (kunst, wetenschap, technologie) en op de onderbouwing van het belang daarvan (filosofie, psychologie, sociale moraal), dan is het misschien niet zo vreemd als je ongemerkt het geheel uit het oog verliest.

We menen wellicht voldoende te hebben aan een zintuiglijke, psychofysieke, wereldse invulling van ons bestaan. Maar vóór alle invulling is de vulling van het leven zelf al volop werkzaam, in de vorm van een universeel vermogen dat geest of bewustzijn heet.
Het is deze substantiële kracht waar ieder van ons elke ochtend door gewekt wordt en die ons in staat stelt alle dagelijkse functionaliteit te organiseren.[i]
We hebben het hier dus niet over een vrijblijvend, zijdelings aspect.

Het hanteren van dit bewustzijnsvermogen dient per definitie bewust te gebeuren. Met andere woorden: bewustzijn vraagt van mij als gebruiker me te voegen naar de aard en bedoeling ervan.
Doe ik dit niet, dan zijn de resultaten van mijn doen en laten ongewis, beperkt of vertekend. Er ontstaat een discrepantie tussen wat er werkelijk gebeurt en wat je denkt dat er gebeurt.

Zelf geconstrueerde interpretaties van de werkelijkheid verhinderen ons open en onbevooroordeeld te functioneren. Dat hoeft niet meteen pijnlijk te voelen en het kan zelfs geslaagd of zinvol lijken in onze eigen of in andermans optiek.

Maar gemeten aan de context van een duurzaam vervullend totaalbestaan maakt deze aanpak, die in feite een vorm van zelfbedrog is, ons vatbaar voor verleiding, suggestie en waan.
Onze geest opereert dan niet vanuit een diepere authentieke beleving maar vanuit vluchtige geconditioneerde beeldvorming. We hechten ons aan grillige en vaak conflicterende elementen uit de eigen voorstellingswereld.

[i] Voor achtergronden, zie dharmium.nl
en het boek Dharmium, serum van wijsheid (Asoka 2019).

> Lees HIER het volledig artikel (pdf)

afsluiting

Bodhisattva-meditatie (Asanga)

Asanga

Fragment uit de Bodhisattvabhumi van Asanga (4e eeuw n.C., grondlegger van de Yogacaraschool, een van de bronnen van de zentraditie). Hierin beschrijft hij hoe boeddha’s (tathagata’s) beginnende bodhisattva’s onderrichten in meditatie.

Bron:
Asanga: The bodhisattva path to unsurpassed enlightenment; a complete translation of the Bodhisattvabhumi. Boulder 2016, p. 642 e.v.
(vertaling en redaktie: Ad van Dun)

Tathagata’s [boeddha’s] adviseren beginnende bodhisattva’s als volgt.

Goede vriend, nadat je uit eigen beweging en zonder gezelschap naar een afgezonderde plek bent gegaan, richt je eenvoudig je aandacht innerlijk op de naam die je gekregen hebt van je vader en moeder of van je leraar. Daarna overweeg je het volgende.

“Bestaat er buiten mijn zes zintuigfunkties ergens innerlijk, uiterlijk of anderszins een autonome entiteit waar deze naam, deze klank, deze aanduiding of uitdrukking [je eigen naam] betrekking op heeft?”

Wanneer je je aandacht op de juiste manier hierop richt, zul je een dergelijke entiteit niet waarnemen. Enkel de volgende gedachte zal zich aandienen: “Deze willekeurige aanduiding [je eigen naam] treedt slechts op met betrekking tot allerlei willekeurige [wereldse] entiteiten.”

Goede vriend, wanneer dit besef van vluchtigheid met betrekking tot je naam is gewekt in jou en door jou begrepen wordt, richt je op de juiste manier je aandacht innerlijk op de naam ‘oog’, de klank ‘oog’ en de aanduiding ‘oog’ zoals die optreden in verband met je oog. Daarna richt je je aandacht op het volgende.

Je kunt twee dingen constateren met betrekking tot je oog. Het ene is: “Dit is een naam, een klank, een aanduiding ‘oog’”, en het andere is: “Deze naam, klank en aanduiding treden op vanwege de werking van de vitale grondsubstantie [tathata, zodanigheid, ultieme werkelijkheid].” Er bestaat niets anders dan dit, en ons bestaan omvat niet meer dan deze twee aspecten.

Waar het om gaat is dat de naam, de klank en de aanduiding die optreden in verband met het oog niet het oog zijn, en bovendien dat de grondsubstantie die het verschijnen van een notie ‘oog’ mogelijk maakt óók niet een oog is dat intrinsiek werkelijk bestaat.
Dit vraagt om enige toelichting.

Lees verder...
 

Zonder een naam of klank of aanduiding ‘oog’ zou niemand een notie van een oog kunnen ontwikkelen. Anderzijds, wat betreft de grondsubstantie [die het verschijnen van een notie ‘oog’ mogelijk maakt]: gesteld dat deze óók een autonome essentie [d.w.z. een entiteit] zou zijn die men met een naam kan aanduiden, dan is voor het ontstaan van de notie ‘oog’ niet langer [exclusief] de naam ‘oog’ vereist. Want dan zou de notie van wat wij ‘oog’ noemen simpelweg [continu] ontstaan vanuit die substantie zelf, zonder zelfs maar enige naam te hanteren.

Maar een dergelijk funktioneren kunnen we nergens waarnemen. Dit betekent dat de naam ‘oog’ en de klank ‘oog’ ongrijpbare verschijnselen zijn die optreden op basis van een ongrijpbare substantie. Door je aandacht op deze manier te richten op het oog, innerlijk en op de juiste manier, kun je ook met betrekking tot de aanduiding ‘oog’ het besef van vluchtigheid [ongrijpbaarheid, willekeur, illusie] wekken en toelaten.

Zoals dit geldt voor het oog, zo geldt dit ook voor het oor, de neus, de tong, het lichaam en zo verder, tot en met de dingen die worden gezien, gehoord, overwogen en gemaakt, de dingen die verworven zijn en die nagestreefd worden, en de dingen waarover men beraadslaagt en waarop men zich bezint met de geest.

Kortom, de notie van vluchtigheid zal ook gewekt en begrepen worden met betrekking tot alle aanduidingen die verband houden met welk verschijnsel dan ook. Zo zul je vertrouwd raken met het pad van verzamelen [sambhara-marga*] dat tot doel heeft je te bevrijden van het hardnekkig idee dat je een persoonlijk zelf bezit. En op een vergelijkbare manier kun je je ontdoen van de hardnekkige concepten die je hebt ontwikkeld over alle overige verschijnselen.

Dankzij een bewust gewaarzijn waarmee je al het kenbare grondig onderzoekt en dankzij het besef dat alle namen van verschijnelen illusoir zijn, ontdoe je je steeds opnieuw van de vele conceptuele spinsels die zich voordoen naar aanleiding van de talloze verschijnselen. Op deze manier vestig je je duurzaam in de werkelijke substantie [vastu] met een nonconceptuele geest die geen kenmerken heeft en die zich louter bezighoudt met het waarnemen van echte beleving. Je zult eenpuntigheid van geest verwerven, dankzij de beoefening van eenpuntige concentratie die zijn oorsprong vindt in de wijsheid van onze ware natuur.

Wanneer je dan je aandacht bijvoorbeeld richt op onaantrekkelijkheid [onthechting, sterfelijkheid] als meditatie-object, dan moet je de verbinding niet verliezen met dit basisbewustzijn [het besef van ultieme werkelijkheid].
Je kunt aandacht schenken aan welk meditatie-object dan ook: liefdevolle vriendelijkheid [maitri], het geconditioneerde karakter van oorzaak en gevolg [pratityasamutpada], de diversiteit van de elementen [dhatu], de ademhaling volgen [anapana-smriti], de eerste meditatieve verzonkenheid [dhyana], enzovoorts tot en met de staat van gewaarzijn-noch-niet-gewaarzijn [samapatti] of een van de onmetelijke bodhisattva-oefeningen zoals diepe meditatie [samadhi], bovennatuurlijke vermogens [riddhi], eenpuntige concentratie en staten van gelijkmoedigheid.* 
Maar wát je ook doet, laat de verbinding met dit basisbewustzijn continu voelbaar zijn.

Op deze manier zal deze bodhisattva-oefening, deze vorm van aandacht, uiteindelijk leiden tot definitieve-authentieke-complete verlichting [anuttara-samyak-sambodhi].
Weet dat bodhisattva’s via dit pad overal thuisraken. Dit is het advies dat de tathagata’s in het verleden gaven aan beginnende bodhisattva’s, dat zij aan hen in de toekomst zullen geven en dat zij aan hen geven op dit moment.

* zie model Bodhisattva-pad (pdf)

afsluiting

Leraar en leerling (artikel)


Foto: Schneiblefinearts.com

Leraren zijn structureel medeverantwoordelijk voor een heilzaam verloop van andermans oefenweg: onze existentiële onwetendheid en onvermogen worden opgelost dankzij de ontmoeting met wijsheidsonderricht.

Grofweg zou je kunnen zeggen: de leraar onderricht het visie-aspect, en de leerling toetst dit en past dit toe in de praktijkervaring van meditatie en dagelijks leven.
Zo leveren leraren een wezenlijke bijdrage aan onze bestaanskwaliteit: zij verhelderen, versterken en openen onze geest. Maar onevenwichtige leraren kunnen die geest ook benevelen, ondermijnen of uitschakelen.

 

> HIER het volledig artikel <

> HIER een lijst met alle verschenen artikels <

 

sluiting

Verdienste (artikel)

(artikel van 31 december 2017)

Zojuist wakker geworden ‘s ochtends, nemen velen van ons de tijd om in het verlengde van de nachtelijke droomcontouren alvast wat invulling te geven aan de aanstaande dag.
Min of meer uit gewoonte (her)scheppen we het decor van ons bestaan, we “decoreren” onszelf opnieuw, samen met onze omgeving en onze agenda.

Dit vormt slechts een klein elementje in het continue onderhoud van ons ik-idee (ego). Maar vullen we ons dagelijks functioneren en onze innerlijke beleving niet voor een groot deel met dit soort “kleine elementjes”, als minuscule bouwstenen van onze identiteit?

Wanneer gewoontes contrasteren met bewust aanwezig-zijn, dan zouden we wel eens behoorlijk wat tijd kunnen doorbrengen in afwezigheid.

 

> HIER het volledig artikel <

> HIER een lijst met alle verschenen artikels <

 

sluiting

Wijsheid als levenshouding (artikel)


Foto: Shakyamuni boeddha – © Stiltij

Waarom hebben we wijsheid nodig?
De volgende twee redenen zijn wellicht interessant.

Ten eerste: mijn eigen bestaan voelt niet zoals ik me dat had voorgesteld. Ik heb te maken met onrust, verwarring, afhankelijkheid, behoefte en angst. Allerlei onwenselijke of oncontroleerbare condities lijken mijn leven te dicteren. Kortom: ik zou het fijn vinden als ik de totale kwaliteit van mijn leven kon verbeteren. Wijsheid lijkt me daarbij heel bruikbaar.

Ik doe natuurlijk al levenslang mijn best om gelukkig-zijn te ervaren; al mijn middelen en vaardigheden zet ik daartoe in, heel mijn vrijheid benut ik voor dat doel. Maar blijkbaar zijn er onbekende factoren die me verhinderen deze volheid te realiseren.
De maakbaarheid van ons bestaan lijkt te stoppen bij innerlijke kwaliteiten als wijsheid, gemoedsrust of tolerantie: vertrouwen kan ik niet kopen, de eerlijkheid van een ander kan ik niet overnemen. Wat ik wél kan doen is onderzoeken hoe die gewenste kwaliteiten precies werken; wat is dat: inspiratie, authenticiteit, helderheid, gemoedsrust?

De tweede reden om wijsheid interessant te vinden heeft te maken met mijn omgeving, op kleine en grote schaal. Het houdt me bezig dat ons maatschappelijk bestel veel spanning oproept, veel ongelijkheid en conflict in zich draagt en talloze pijnlijke gevolgen heeft voor grote groepen mensen. Kortom, onze wereld lijkt niet echt te functioneren op basis van wijze en mededogende principes of structuren – en dat zou rechtvaardiger kunnen.

 

> HIER het volledig artikel <

 

sluiting

Meditatie-metafoor (artikel)

 

vervreemding-vervulling

 

Moedinwaarts beweegt het doel, doelinwaarts beweegt de moed.
(Paul Celan)

 

• AARDE
…Je kruipt onder de huid van je lijf en voelt meteen de vleesvracht met zijn ontelbare krioelende cellen. Wat je hier aantreft is zuivere universumwerking.

• WATER
…De constante eb- en vloed-beweging van de adem stuwt van achter naar voren door je lichaam heen; je leunt pontificaal in de branding van de schepping en laat elke uitademing wegvloeien naar het strand van de wereld.

• VUUR
…Een brede, onbelemmerde uitwisseling doorstroomt en omgeeft je: aardse warmte (roodkleurig) en hemels licht (witkleurig). Je lijf voelt zacht en open, als het weefsel van een lotusbloem.

 • LUCHT
…Het is alsof de compressie of vacuumwerking van leegte zich hier kenbaar maakt als een spontane, kosmische tocht die alle leven naar binnen zuigt, inclusief licht en warmte.

• RUIMTE
…De puurheid en echtheid van deze beleving schenkt diep vertrouwen.

 

> HIER het volledig artikel <

 

sluiting

Onze vier doodsheden – ego’s omvang (artikel)

vier doodsheden of Mara's

Zen is meer dan alleen maar oefenen.
(Shunryu Suzuki roshi)

Een van de meest basale onderrichtingen, terug te vinden in vrijwel alle wijsheidstradities, luidt: wil je jezelf definitief leren kennen, onderzoek dan je sterfelijk-zijn.

Dit advies is niet bedoeld als een recept voor depressiviteit; de bekende spreuk “Memento mori” (“Gedenk het sterven”) is geen domper op onze levensvreugde – vreugde en ernst zijn van oudsher vrienden – maar een welbewuste aansporing om de mogelijkheden van je leven serieus te nemen en de zin en waarde ervan volledig recht te doen.

Diezelfde intentie had Boeddha toen hij zijn toehoorders steeds opnieuw eraan herinnerde: “Al wat ontstaat is vergankelijk; staar je niet blind op alle dingen, maar gebruik ze juist om wakker te worden.”

Sterfelijkheid is ons grootste probleem, moeilijker nog dan eenzaamheid of verveling. Maar we beseffen niet hoe belangrijk het is om er serieus naar te kijken, en áls we dat al doen, valt het ons moeilijk er iets van te begrijpen of er een zin aan te geven. Dit gegeven op zich al, zegt dat hier het nodige is te vinden aan helderheid en kracht.

 

> HIER het volledig artikel <

 

sluiting