Het lied van totaalbestaan

Dhirtarashtra, koning van de gandharva’s (hemelse muzikanten) en heerser over het oostelijk gebied van “De hemel van de vier koningen”; zijn harmoniserend, mededogenwekkend wapen is het snaarinstrument.

Het lied van totaalbestaan

Fragment uit een mogelijk vervolg op Ad’s boek Dharmium 
(werktitel: Zelfbevrijding en wereldbehoud)

   1.

Tussen de fooi van welgestelden
en de furie van drenkelingen
ligt het niemandsland dat wij
waanweigeraars betreden

een werkterrein dat ons vergunt
grondig te proeven van volheid
en ademend in puurheid
alle wezens vredig te dienen

zorgvuldig geworven bodhisattva’s
van onbaatzuchtige, edele aard
verbinden zich graag duurzamer
dan om bedrieglijk werelds gewin

dagelijks toetst deze plek van beproeving
ons in levenslang dierbaarste keus:
vervullende vrijheid van oprecht menszijn
of pijnlijke knechting in heilloos verval

met milde kracht leer je werken,
immuun voor valsheid en vervreemding,
je zult een betrouwbaar rustpunt zijn
voor wie inspiratie zoekt en borging

waar niemand zich wijselijk herinnert
aan de volheid van levend totaalbestaan
openbaart de weg toenemend noodzaak
teneinde splijtend verband te bestrijden

blikvernauwing en beelddwang
reduceren de mens tot dierlijke soort
die uit hebzucht, drift en onrust
zijn wezenlijke goedheid vergeet

producent of consument:
beiden kampen met blindheid;
subtiel verleidend of klagend verslaafd
ontgaat ons de zin van dit kostbaar bestaan.

Lees verder...
   2.

Zelfbevrijding en wereldbehoud
zijn de opdracht voor geestelijke krijgers;
naarmate wij ons denken ontgrenzen
wordt het lichaam deelbaar oefenspul

dit tweeledig werk heelt eerst onszelf
en komt dan ten goede aan anderen
dankzij niet gebonden en onbegrensde
oerkracht van geesteswerking

twee fronten levert dit strijdperk
en op elk ben je slagvaardig welkom:
er is reden voor karma-correctie,
tegelijkertijd wordt dharma versterkt

mensen zijn enerzijds kundige makers
hechtend aan al wat hun toevalt,
en anderzijds trage belevers
klampend aan loos houvast

het eerste geval is gebaat bij verzet,
het tweede gedijt bij verinnerlijking;
de maakbare mens koestert overdaad,
de machteloze komt reëel tekort

er is de weke sfeer van welbevinden
die harten sluit en grenzen trekt;
er is de ruwe sfeer van onbehagen
die taal en lichaam aantast

in de eerste stelt men onterecht eisen
en hanteert destructieve gebaren;
de tweede ontbreekt het aan helder zicht
en vergenoegt zich domweg met vermaak

vals ingeschakeld leert men beseffen
hoe noodzakelijk uitschakeling is;
pijnlijk uitgeschakeld gaat men verlangen
naar het vruchtbaar gezag van inschakeling.

   3.

Wij krijgers van vormloze orde
harmoniseren op velerlei vlak;
veroorzaakt nood ondraaglijk lijden
dan word daar allereerst op ingezet

Maar ook: waar terechte winst wacht
investeert een mens des te dieper;
op korte termijn leg ik wondverband,
terwijl genezing meer tijd benodigt

we trainen hiermee twee vaardigheden,
een praktische en een inhoudelijke:
in staat om ruwheid te temperen
steken we in op afbouw van onzin

dit laatste hoort thuis in innerlijkheid
en vereist anoniem opereren;
in het eerste ligt een verzorgingstaak
die ambulant wordt aangepakt

dankzij investeren in geestelijke rijping
wordt ons dharmalichaam actief,
terwijl omgevingsvariabelen bedienen
ons verbindt met boeddhadomein

de oprechte beoefenaar huldigt volop
wat ons steeds weer in staat stelt daartoe:
belichaamde wijsheid van onderricht
en constant stromende hartskwaliteit

de drie juwelen zijn grondig betrouwbaar
en de aard van het pad nergens aangetast,
daarmee bevorder ik volheidsbeleving
die rechtstreeks antwoorden schenkt

zo zijn wijsheidsdienaren toegerust
voor verrassend praktisch manifesteren;
dagelijks anoniem vestigingswerk
verschaft steeds subtieler ambulant toegang.

   4.

Diverse wezens bevolken samsara,
ruw onwetenden en bedrieglijk verfijnden,
koortsig verdwaasd door het tweevoudig gif
van oude verblinding en zinloos gewin

wat men wereld noemt is illusiecultuur
van geestesklontering, cosmetisch vereffend,
want wens en woede tekenen mijn daden
zolang ik door waan word verteerd

deze vervreemding wordt direct verholpen
door zelfbevrijding en wereldbehoud:
transparant herstellen zich karmische clusters
en ontgiftigde functies reageren intact

geen speciale expertise is vereist hier,
landbouwer, yogi of academicus:
ieder van ons is innerlijk geest,
zich bewegend in woord en gebaar

het bevrijdend vuur van hartsbewustzijn
opent de sloten van waangevang,
terwijl de oceanische aard van mededogen
ons verbindt met al wat ademt

wie is er die bewust onvrijheid begroet
of grif onmacht en falen erkent,
en ijdel verwend raak je slechts verontwaardigd
of ontmoedigd bij gebrek aan verweer

maar waarheid koerst niet op commentaar
en het leven herschrijft voor ons niet haar wetten;
wij blindgangers mogen wel dankbaar zijn
dat de weg ons behoedt voor nog heftiger leed

maak daarom nu de heilige keuze
je te wijden aan het pad van bevrijding
en nooit meer, bodhisattva, je te laten misleiden
door heilloze aandrang.

afsluiting

Loflied op zazen

Shogondo: het spiritueel waarderen van iemands lichaam en van de plaats waar hij of zij leeft met het goede en het mooie, zoals wijsheid en mededogen.
Calligrafie door Hakuin; hij zei: ‘Er bestaat geen indrukwekkend gebouw van goud en zilver in een puur boeddhadomein; deze omgeving wordt gezuiverd en mooi ingericht door bodhisattva’s die de intentie bezitten om boeddhaschap te realiseren.’
(Bron: Shinshoji zen museum and gardens)

LOFLIED OP ZAZEN

door Hakuin Zenji (1689-1769)

Schepselen zijn wezenlijk boeddha’s.
Het is als water en ijs:
zonder water geen ijs,
zonder schepselen geen boeddha’s.

Niet wetend hoe nabij de waarheid is
zoeken dolende stervelingen het zinloos ver.
Het is als weeklagen van de dorst
terwijl we omgeven zijn door water,
of alsof we als kind van welvarende ouders
verzeild raken in krotten en sloppen.

De oorzaak van geboorte in de zes werelden
is het duister van onze onwetendheid:
steeds weer betreden we heilloze wegen,
hoe zullen we ooit vrij zijn in alle komen en gaan?

Mahayana zenmeditatie gaat alle lof te boven.
Vrijgevigheid, discipline, en de andere vervolmakingen,
het zingen van Boeddha’s naam, belijden, oefening,
elke bevrijdende handeling: alles komt voort uit zazen.

Zelfs al ga je maar één keer stil zitten,
de verdienste ervan ontkracht alle karma.
Je zult geen verdorven werelden meer zien
en puurheid zal niet ver zijn.

Al openen we ons maar één keer voor dit onderricht,
waardeer het en verwelkom het in vreugde;
en des te meer als in innerlijke verheldering
ons wezen zich rechtstreeks kan openbaren.

Onze ware natuur blijkt geen natuur te zijn
en alle zinloos redeneren lost voorgoed op.
De eenheidspoort van oorzaak en gevolg opent zich,
en de weg van niet-twee, niet-drie leidt recht vooruit.

Laat elke vorm zich vormloos vormen,
dan zal er niets bewegen in ons komen en gaan.
Laat elke gedachte zich gedachtenloos denken,
dan zijn wij de zingende, dansende stem van de Dharma.

Hoe onmetelijk is de ruimte van ongerept gewaarzijn!
Hoe stralend de volle maan van viervoudige wijsheid!

Wat valt er nog te zoeken?
In de blijvende vrede van waarheid
is deze plek zelf hier het lotusland
en dit lichaam zelf het boeddhalichaam.

Bronnen:
Tanahashi, K. en Schneider, D.: Zencirkels. Amsterdam 1985
Suzuki, D.T.: Manual of Zen Buddhism. New York 1960
Harada, Shodo: The path to Bodhidharma. Boston 2000

afsluiting

Feilloze toevlucht

Wie daadwerkelijk de weg wil bewandelen
moet allereerst zijn vertrouwen vestigen
in de tijdloze puurheid van het drievoudig juweel.
Want in de onrustbarende oceaan van drie angsten
vormt de adel daarvan onze feilloze toevlucht.

Lees verder...

Het ondubbelzinnig aangaan van toevlucht zelf
belooft ons het pad naar vrijheid te effenen
en leverancier van kwaliteiten te zullen zijn.
Maar alvorens te vertrekken moet jij inzien
wat de waarde van leraar en onderricht is.

Alle goeds is geworteld in zuiver vertrouwen,
een kracht ongewis voor talloze geesten.
Maar hartsontmoeting met een levende leraar
en wijsheidsreflectie doordrenkt onze geest:
je haren staan er recht van overeind.

Als eerste leren we ‘voelbaar’ vertrouwen,
dan ‘verlangend’, ‘gevestigd’ en ‘onomkeerbaar’.
Is jou de drievoudige toevlucht echt ernst
wees dan bereid lijf en leden te wagen
voor het vinden van blijvend vertrouwen.

Het mededogen van de boeddha’s is elk moment welkom
voor ons zwervers op het eindeloze oefenpad.
De kwaliteit bespreken van één boeddha-porie
kent geen eind, zoals een vogel die tast naar de grens
van het heelal ontnuchterd terugkeert naar de aarde.

Zoals de omvang van ruimte zich nergens laat peilen,
zo ook laat het effect van juist of fout handelen
zich niet meten in het licht van het drievoudig juweel.
Kon ons nemen van toevlucht ooit verschijnsel zijn,
dan was de onpeilbare ruimte zelfs ontoereikend.

Toevlucht is de ingang naar dharma-verband
en de grondslag van iedere daaropvolgende gelofte.
Het zal alle gevaar steeds tijdig verdrijven
en beëindigen ondermijning en blindheid:
de drievoudige werking wordt rechtstreeks voelbaar.

De toevlucht die werkt in de sfeer van het causale
gaat gepaard met de juiste, passende regels.
Leraar en onderricht nergens te loochenen,
zelfs niet onder druk of om macht of gewin,
maakt je diepgaand oprecht en betrouwbaar.

Hanteer je de toevlucht van resultatieve aard
dan maakt jou dit belichaming van boeddha-natuur.
Geen verwerven of verwerpen is er in dit domein,
geen moment word jij nog behoed of bemoedigd;
en het breken van geloftes is hier niets dan holle taal.

Laat aarde en hemel, de grote Sumeru-berg,
ja, boven en onder: laat alles schuiven van richting,
zelfs de zon en de maan mogen tuimelen omlaag.
Maar nooit zal het juweel ons misleiden of verzaken:
hiervan zeker te zijn is subliemste beleving.

De drie juwelen tonen zich zelfs in ons dromen,
hun volmaakte kwaliteit wordt ons stilaan duidelijk
via dagelijks oefenen van aandacht en wijsheid.
Zo beseffen we de vele levens en betreden bardo’s vredig,
en elk ademend wezen zal zien wat wij zijn:
beschermer en vriend.

(Vrij naar Jigme Lingpa; Kangyur Rinpoche:
Treasury Of Precious Qualities, vol. 1. Boston 2010, p. 52-58.
Vertaling & muziek: Stiltij)

 

Een betrouwbaar pad (vertaling)

EEN BETROUWBAAR PAD
Wijsheidspraktijk voor bodhisattva’s

 > HIER de meest recente vertaling
(pdf, 15 november 2019) < 

Oorspronkelijke titel: Chinees Dasheng qixinlun; Sanskriet Mahayana-shraddhotpada-shastra.
Vertaald door Ad van Dun uit de volgende bronnen:

• Fa-tsang: Commentary on the Awakening of Faith (An English Translation by Dirck Vorenkamp). New York 2004
• Girard, Frédéric: Traité sur l’acte de foi dans le grand véhicule; Tokyo 2004
• Hakeda, Yoshito S.: The Awakening of Faith; attributed to Asvaghosha; New York 1967
• Asvaghosa (transl. D.T. Suzuki): The awakening of faith; the classic exposition of Mahayana Buddhism; Mineola 2003

In de eerste concept-versies van deze vertaling luidde de titel: De kracht van vertrouwen; het grote voertuig van de Boeddha). Maar gaandeweg voelde die titel niet echt bevredigend; vandaar de uiteindelijk gekozen titel: Een betrouwbaar pad; wijsheidspraktijk voor bodhisattva’s.
De vertaling is meerdere malen gecorrigeerd en aangevuld met achtergrond, overzicht, illustraties, literatuur en noten.

afsluiting

Waarheid is eenvoudig (september 2017)

Kwaliteit van leven is niet de vrucht van een moeizaam verworven complexiteit maar van een zich direct openbarende, organische eenvoud. Dat wil niet zeggen dat de wijsheidsweg geen moeite kent: je moet er zelfs alles voor over hebben. Maar de volheid van beleving en het uitnodigend, liefdevol perpectief maakt alle loslaten (karma) en toelaten (Dharma) tot iets heel natuurlijks. De bodhisattva heeft geen boodschap aan overbodigheden: dankzij het doorzien van illusies ga je de hele werkelijkheid – inclusief alle moeite – stevig en licht belichamen.

Gebruikte literatuur tijdens de retraite:

  • Shibayama, Zenkei: The gateless barrier; Zen comments on the Mumonkan. Boston 2000
    (andere, Nederlandstalige versie: Yamada, Koun: De poortloze poort; de klassieke koan-verzameling Mumonkan. Rotterdam 2010)

  • Engle, Artemus B.: Inner Science of Buddhist Practice; Vasubandhu’s Summary of the five heaps, with commentary by Sthiramati. Boulder 2009.
    (verwant werk: Asanga: The Bodhisattva Path to Unsurpassed Enlightenment; A Complete Translation of the Bodhisattvabhumi. Boston 2016)

HIER alle Youtube-video’s

 

Negen stadia van gemoedsrust

(HIER grotere versie)

Na de aandacht te hebben gevestigd op een verschijnsel
moet je die beleving niet laten wegglijden;
zodra je je helder bewust wordt van afgeleid zijn
moet je de geest weer terugbrengen naar dat verschijnsel.

Steeds beter zal een verstandige beoefenaar
de geest innerlijk weten te concentreren;
vervolgens laat je de geest zich ook verheugen
doordat je hem de voordelen toont van stabiele meditatie.

Weerstand tegen meditatie moet je bedwingen
door de onwenselijkheden te zien van afgeleid zijn;
op eenzelfde manier moet je het ontstaan bestrijden
van gemoedstoestanden als hunkering of verslagenheid.

Dan vestigt de beoefenaar een natuurlijke geestesstroom
die de vrucht is van het toepassen van een tegengif;
dankzij de gestage beoefening hiervan zul je verwerven
een natuurlijke geestesstroom die geen toepassing meer vraagt.

 

Verzen uit Asanga’s Mahayanasutralankara, geciteerd in
Engle, Artemus B.: Inner Science of Buddhist Practice. Boulder 2009, p. 164
.

Afbeelding uit: Namyal, Dakpo Tashi: Mahamudra, the moonlight;
quintessence of mind and meditation. Delhi 2008