Falend leraarschap (video)

Klik de afbeelding om de video te starten [opent nieuw venster].

Dialoog tussen Zen-leraar Doshin Nelson en Vedanta-leraar Andrew Cohen (sept. 2016).
Thema: de risico’s van leraarschap (voor jezelf en voor anderen).

Ons ego zoekt overal voordeel, ook in de Dharma.
Leraarschap wordt dan een machtig wapen:

  • bewogen door waarheidsliefde of zelfbedrog?
  • de zin van het leven zoeken of een eigen zin najagen?
  • je eigen tekorten beseffen of op anderen projecteren?

Dit is geen specifiek spiritueel probleem maar een diep-menselijk lijdensaspect, een grondknoop in onze onwijsheid.
Een betrouwbare leraar moet op zijn minst een voldoende rijpe beoefenaar zijn – en niks extra’s.

Leerling:

  • authenticiteit bewaren (naar zichzelf)
  • eindkwaliteit verwachten (naar leraar)

Leraar:

  • vervullende leegte (naar zichzelf)
  • bevrijdend mededogen (naar leerling)

 

 

Advies bij een afscheid (Milarepa)

Advies bij een afscheid

Eigendom en bezit zijn als de ochtenddauw;
stel ze onbeperkt beschikbaar,
zonder de geringste gierigheid.

Kostbaar is het lichaam dat kan oefenen;
houd je aan de voorschriften,
als behoedde je je eigen ogen.

Boosheid leidt je naar een laag bestaan;
verlies dus nooit je gemoedsrust,
al kost het je je leven.

Laksheid brengt nooit verwerkelijking;
doe daarom oprecht je best
en laat diepe toewijding heersen.

Afleiding houdt de grote wet verborgen;
vestig je dus geconcentreerd
in onafgebroken oefening.

Boeddhaschap vindt men niet buiten;
wees je daarom innerlijk gewaar
van geesteswerking.

Wankel vertrouwen doemt als een mistbank;
als het geloof dreigt weg te ebben,
verbind je dan des te bewuster met kracht.

 

Bron: Chang, Garma C.C.: The hundred thousand songs of Milarepa.
Boston 1999, p. 626-627
Afbeelding: krishna deltoso
Vertaling: Gedel

sluiting

 

Spiritualiteit

Spiritualiteit is geen kwestie van braafheid (slaafs de regels of rituelen volgen), noch een kwestie van uitzonderlijkheid (speciale ervaring, bijzondere toetsing).
Nee, spiritualiteit is simpelweg het meest basale aspect van mens zijn: toekomen aan onze ware aard.

Innerlijke kwaliteit (spiritualiteit) is de dagelijkse basis van al onze motivatie, van onze beleving en van ons funktioneren:

  • het verklaart de vasthoudendheid in ons zoeken naar geluk
  • het verklaart onze onvrede met vluchtige ervaringen
  • het verklaart ons aanpassingsvermogen, ons leerpotentieel

Want wat heb je als schepsel nu werkelijk nodig?
Twee elementaire dingen:

  1. rust in het hart
  2. brood op de plank

Dat is wat leraren als Boeddha en Christus (en álle goede leraren) hebben verkondigd en belichaamd: innerlijke kwaliteit is de essentie.
Is die basis eenmaal gevestigd, dan valt levensonderhoud en zintuiglijk bestaan vanzelf wel op zijn plaats.
Zij adviseren ten aanzien van wereldse verschijnselen:

  • houd je verre van zaken als roem, bezit, macht, succes – investeer er niet in, haal ze uit je systeem voorzover ze fungeren als motivator en identificator
  • zoek naar werkelijke vervulling en zingeving, zorg dat je je leven goed besteedt, ontdek wat de bedoeling is van jouw bestaan hier

In Boeddha’s eigen leven zijn er drie cruciale momenten aan te wijzen die van doorslaggevende betekenis zijn:

  1. thuisverlaten: anderen loslaten – eenzaamheid overwinnen
  2. verwerkelijking: de tijd loslaten – onbestendigheid overwinnen
  3. sterven: het lichaam loslaten – sterfelijkheid overwinnen

Dit zijn momenten die relevant en navoelbaar zijn voor ieder mens, alleen al in hun symbolische betekenis.
Je kunt ze niet alleen zien als particuliere, tijdgebonden ervaringen maar meer nog als permanente aspecten die voortdurend aan de orde zijn en die te maken hebben met het transcendente (het vormloze) in ons bestaan.

Zij vormen de diepe, universeel menselijke leerprocessen waarin duurzame levenskwaliteit wordt gevestigd en existentiële wetmatigheden blijvend gezag krijgen als reële bewustzijnsstaten.
Ieder van ons hoeft slechts deze drie klussen te klaren.
De rest is bijzaak.

Bedenk: Boeddha heeft het begrip “boeddhisme” nooit gekend…
Hij was niet uit op exclusieve processen of speciale rituelen, wilde geen wereldse instituten oprichten of verandering nastreven van het maatschappelijk bestel.

Het centrale grondmotief in Boeddha’s leven was zelfverwerkelijking, individuele waarheidsvinding, het realiseren van wijsheid: ontwaken.

Bron:
Ad van Dun: Thema’s ter verwerkelijking

 

sluiting

Het Ongeborene (door Zen-meester Bankei)

Niet één van jullie hier in dit gezelschap is onverlicht.
Hier, op dit moment, zitten jullie hier voor mij als boeddha’s.
Ieder van jullie ontving het boeddha-bewustzijn via je moeder toen je geboren werd, en anders niets.
Jullie zijn een verzameling ongeboren boeddha-geesten.
Als iemand denkt: “Nee, ik niet. Ik ben niet verlicht,” dan vraag ik hem naar voren te stappen.
Zeg me dan: wat maakt iemand onverlicht?

In feite bevinden zich hier geen onverlichte mensen.
Nu is het mogelijk dat je bij het verlaten van deze zaal tegen iemand opbotst, of dat iemand jou van achteren omver loopt. Wanneer je naar huis gaat, kan het zijn dat je echtgenoot, zoon, schoondochter of iemand anders iets doet wat je niet leuk vindt. Als zoiets gebeurt, en je houdt daaraan vast en gaat daarover broeden – het bloed stijgt naar je hoofd, je hoorns gaan overeind staan, en je vervalt in allerlei illusies vanwege eigenbelang – dan zal het boeddha-bewustzijn veranderen in een aggressieve geest, of je nu wilt of niet. Zolang dit niet gebeurt, leef je gewoon zoals je bent in het ongeboren boeddha-bewustzijn; je bent niet begoocheld of onverlicht. Maar zodra je er iets anders van maakt, word je een onwetend begoocheld iemand.
Alle illusies werken op dezelfde manier.

Daarom, wat iemand ook mag doen of zeggen, en wat er ook gebeurt, laat de dingen zoals ze zijn. Maak je er niet druk om en zoek geen voordeel voor jezelf. Blijf gewoon zoals je bent, direct in de boeddha-geest, en maak er niks anders van. Als je dat doet, dan zullen er ook geen illusies verschijnen en dan leef je onophoudelijk in het ongeboren bewustzijn. Jij bent een levende, ademende, stevig gevestigde boeddha.
Zie je niet? Je hebt een onbetaalbare schat in handen.

Wat zazen (meditatie) betreft: dat is een kwestie van de boeddha-geest op zijn gemak laten zitten. Het is het boeddhabewustzijn dat onafgebroken zazen doet. Zazen beperkt zich niet tot de tijd die je zittend doorbrengt. Daarom, als mensen hier iets moeten doen terwijl ze zitten, staat het hen vrij om op te staan en het te doen. Het ligt aan henzelf, aan hun bezieling.
Het is dan ook verkeerd om mensen een “grote bal van twijfel” aan te praten.

Mijn weg heeft niets van doen met “eigen kracht” of “kracht van anderen”. Het gaat beide teboven. Het bewijs hiervoor is het volgende.
Je zit hier tegenover me en luistert naar me; als er ergens een mus fluit of een kraai roept, of een man of vrouw zegt iets, of de wind ritselt in de bladeren – ook al zit je zonder enige bedoeling om te luisteren, je zult elk geluid horen en onderscheiden.
Omdat het niet jijzelf is die zorgt voor het horen, is het geen “eigen kracht”.
Anderzijds zou je er niets aan hebben, als een ander de geluiden voor jou zou horen en onderscheiden. Het is dus ook geen “kracht van anderen”.

Wanneer je zo luistert in het ongeborene, wordt elk geluid waargenomen zoals het zich voordoet. En dat geldt voor alle andere dingen, op precies dezelfde manier: het wordt volmaakt verzorgd door het ongeborene. Eenieder die zijn leven doorbrengt in het ongeborene, zal ontdekken dat dit waar is – wie het ook moge zijn. Niemand die in het ongeborene leeft, houdt zich bezig met zelf of ander. Hij leeft voorbij deze dingen.

Een monnik: “Als ik diep in slaap ben, droom ik soms. Waarom heb ik dromen? Wat betekenen ze?”
Bankei: “Als je stevig slaapt, droom je niet. Jouw dromen betekenen dat je niet stevig slaapt.”

Het belangrijkste is te ontdekken wie je bent.
Luister zorgvuldig naar mijn richtlijnen. Als je ernaar handelt, en je wordt er zelf absoluut zeker van, dan ben je op datzelfde ogenblik een levende boeddha.
Stop gewoon, en kijk waar dit zelf van jou vandaan komt.

Als je ongeboren bent, ben je de bron van alle dingen.
Het ongeboren boeddha-bewustzijn is de plek waar de boeddha’s uit het verleden allen hun verwerkelijking bereikten, en waar toekomstige boeddha’s datzelfde zullen doen.
Al bevinden we ons in de nadagen van de dharma, als ook maar iemand in het ongeborene leeft, dan bloeit de dharma in de wereld.
Geen twijfel mogelijk.

 

Dharma onderrichting van Zen meester Bankei (1622-1693).
Bron: Waddell, Norman: The Unborn; the life and teaching of Zen Master Bankei.
San Francisco 1984

 

 

sluiting

Tien principes van Zen-meester Torei


Torei (1721–1792), leerling van Hakuin

Als het om transcendentie gaat:
wie gaat het werkelijk ter harte?

Dit zijn de tien principes waarmee leerlingen hun geest kunnen scholen;
onderzoek ze grondig, alsjeblieft:

  1. Gelofte van mededogen – diep en betrokken
  2. Wilskracht – met hart en ziel
  3. Vermogen tot aandacht – breed en ruim
  4. De spiegel van wijsheid – groot en helder
  5. Besef van je ware aard – transcendentie realiseren
  6. Consequente toepassing – lucide en stabiel
  7. Zelfzuchtige emoties – neem afstand
  8. Wereldlijke ideeën – laat los
  9. Spijtbetuiging – oprecht en doorleefd
  10. Twijfel – grondig en secuur

Toets je eigen geest voortdurend aan deze tien principes.
Als je deze tien principes kunt vertrouwen en ze in praktijk kunt brengen, zul je alles kunnen realiseren – alsof je op je gemak wijst naar de palm van je hand.
Enkel dankzij het zien van hun ware aard bereiken alle boeddha’s ware verlichting en ondersteunen zij bodhisattva’s; daarom moet je op de eerste plaats inzicht krijgen in je ware aard.

Bronnen:
Cleary, Thomas: The Undying Lamp of Zen; The Testament of Zen Master Torei. Boston 2011
Torei, Enji: Discourse on the Inexhaustible Lamp of the Zen School. London 1996