Hebzucht: een waardige kwaliteit?

‘Plato en Aristoteles hamerden erop dat fatsoenlijke mensen zich weten te beheersen. Van de aristocratie werd verwacht dat men zichzelf wist te matigen. Onverzadigbare hebzucht was iets voor de domme massa, dieren waren dat bijna. Daar kon je niets anders van verwachten.’

‘Zelfs op de universiteit’, zegt filosoof Jeroen Linssen, ‘zijn je collega’s concurrenten die azen op dezelfde subsidies als jij. Het marktdenken is doorgedrongen tot alle domeinen van onze maatschappij en daarmee ook de hebzucht, de achterliggende drijfveer.’

Hoogleraar Jaap van Muijen (Nyenrode) zag in zijn grote salarisonderzoek in 2015 dat hoogleraren en gepromoveerden in zijn grote salarisonderzoek net zo hebzuchtig waren als bankiers. ‘Het was een kleine groep van 160 mensen op het totaal van honderdduizend. Dus het is geen hard bewijs, maar wel een sterke aanwijzing dat ook de wetenschap vol zit met rupsjes nooitgenoeg.’

Uitgebreid artikel in: Volkskrant, 14 september 2018
Illustratie van een hongerige geest (in het boeddhisme bekend als “preta”): scythemantis

 

sluiting

Ons geconditioneerd ontstaan (model)

DE TWAALFVOUDIGE KETEN VAN GECONDITIONEERD ONTSTAAN (pratityasamutpada):

  1. AVIDYA: Onwetendheid, de aanname een geïsoleerd en duurzaam zelf te zijn, de knoop van ik-fixatie.
  2. SAMSKARA: Karmische formatie van drie soorten motieven: heilzaam, onheilzaam en neutraal.
  3. VIJNANA: Bewustzijn, de substantie waarin de karmische motieven zich verbinden.
  4. NAMARUPA: “Naam en vorm”, de persoonlijkheid, bestaande uit de vijf bestanddelen (skandha).
  5. AYATANA: De zes innerlijke zintuigbases voor het functioneren van oog, oor, neus, tong, lijf en brein.
  6. SPARSHA: Contact: faciliteert de interactie tussen object, zintuig en bewustzijn.
  7. VEDANA: Sensatie, gevoel van plezier of pijn, voorkeur en afkeer (”voedsel en gevaar”).
  8. TRSHNA: Dorst, behoeftigheid: het aangename willen verwerven en het onaangename mijden.
  9. UPADANA: Grijpen en hechten, cultiveren van houvast als beantwoording aan de behoeftigheid.
  10. BHAVA: Wording, tot bestaan komen: de aanzet tot (weder)geboorte initiëren.
  11. JATI: Geboorte, de verbinding van geest en energie met een stoffelijk lichaam.
  12. JARAMARANA: Ouderdom (jara) en dood (mara), inclusief alle fysieke en mentale lijden.

 

> HIER een grotere versie (pdf)

> HIER materiaal (pdf) met achtergronden van dit onderricht

Meer hierover in de volgende Stiltijding
(verschijnt oktober)

 

sluiting

Over afgescheidenheid (meester Eckhardt)

Ik prijs afgescheidenheid* boven alle liefde.
Want het voornaamste van de liefde is dat zij mij dwingt God lief te hebben, terwijl daarentegen afgescheidenheid God dwingt om mij lief te hebben.

Nu is het veel heerlijker om God naar mij toe te dwingen dan mij naar God toe.
En dat komt omdat God zich voegzamer in mij kan voegen en zich beter met mij verenigen dan ik me zou kunnen verenigen met God.

Dat afgescheidenheid voor niets anders ontvankelijk is dan voor God bewijs ik met het volgende: wat ontvangen moet worden, moet ergens in ontvangen worden.
Nu komt afgescheidenheid het niets zo nabij, dat geen ding zo teer gebouwd is dat het daarin zou kunnen passen, behalve God.

Dit moet je weten: leeg en ontdaan zijn van al het geschapene is vol zijn van God, en vol zijn van al het geschapene is afwezigheid van God.

* Met afgescheidenheid wordt hier niet bedoeld scheiding, maar los staan, de puurheid van geen verwikkeling, vrij zijn van condities. Zen noemt dit vormloosheid, leegte, onvoorwaardelijkheid.

Meester Eckhart: Over God wil ik zwijgen;
preken en traktaten. Groningen 2014, p. 350

 

sluiting

Schets van ons lijden

(illustratie door Odd Nansen uit From day to day)

Odd Nansen: From Day to Day; One Man’s Diary of Survival in Nazi Concentration Camps.
Nashville 2016
(The bookdepository)

Een van de vele online besprekingen:

‘If you think you understand the horror of the holocaust, you must read this book. It is a diary written inside the camps The author was held for almost five years in a series of German concentration camps. Although as a Norwegian he was spared the worst of the atrocities, he was up close with all of it. In an almost miraculous way he was able to keep his daily diary and successfully smuggle it out. This book collects his writings just as they were written. As you read it you watch the increasing horror and brutality of the camps; watch his moods rise and fall; and witness his vain hopes for an early end to the war or for his early release. Nanson is an incredible writer and artist. The book has both text and illustrations. It is very readable and the occasional drawing (done in real time) extraordinary. The book has hundreds of notes explaining who his prison mates were, what happened to them, and what was going on in the war at the time he was writing. This is an unusual and timeless book.’

 

sluiting

Een betrouwbaar pad (vertaling)

EEN BETROUWBAAR PAD
Wijsheidspraktijk voor bodhisattva’s

 > HIER de vertaling (pdf, 26 augustus 2018)< 

Oorspronkelijke titel: Chinees Dasheng qixinlun; Sanskriet Mahayana-shraddhotpada-shastra.
Vertaald door Ad van Dun uit de volgende bronnen:

• Fa-tsang: Commentary on the Awakening of Faith (An English Translation by Dirck Vorenkamp). New York 2004
• Girard, Frédéric: Traité sur l’acte de foi dans le grand véhicule; Tokyo 2004
• Hakeda, Yoshito S.: The Awakening of Faith; attributed to Asvaghosha; New York 1967
• Asvaghosa (transl. D.T. Suzuki): The awakening of faith; the classic exposition of Mahayana Buddhism; Mineola 2003

In de eerste concept-versies van deze vertaling luidde de titel: De kracht van vertrouwen; het grote voertuig van de Boeddha). Maar gaandeweg voelde die titel niet echt bevredigend; vandaar de uiteindelijk gekozen titel: Een betrouwbaar pad; wijsheidspraktijk voor bodhisattva’s.
De vertaling is intussen niet alleen gecorrigeerd, maar ook aangevuld met achtergrond, overzicht, literatuur en noten.

 

sluiting

Negen stadia van gemoedsrust

(HIER grotere versie)

Na de aandacht te hebben gevestigd op een verschijnsel
moet je die beleving niet laten wegglijden;
zodra je je helder bewust wordt van afgeleid zijn
moet je de geest weer terugbrengen naar dat verschijnsel.

Steeds beter zal een verstandige beoefenaar
de geest innerlijk weten te concentreren;
vervolgens laat je de geest zich ook verheugen
doordat je hem de voordelen toont van stabiele meditatie.

Weerstand tegen meditatie moet je bedwingen
door de onwenselijkheden te zien van afgeleid zijn;
op eenzelfde manier moet je het ontstaan bestrijden
van gemoedstoestanden als hunkering of verslagenheid.

Dan vestigt de beoefenaar een natuurlijke geestesstroom
die de vrucht is van het toepassen van een tegengif;
dankzij de gestage beoefening hiervan zul je verwerven
een natuurlijke geestesstroom die geen toepassing meer vraagt.

 

Verzen uit Asanga’s Mahayanasutralankara, geciteerd in
Engle, Artemus B.: Inner Science of Buddhist Practice. Boulder 2009, p. 164
.

Afbeelding uit: Namyal, Dakpo Tashi: Mahamudra, the moonlight;
quintessence of mind and meditation. Delhi 2008