Betrouwbaar (15-12-31)

stiltijdharma-111Audio van meditatie-onderricht door Ad op oudejaarsavond.
Thema: De wereld en de weg: wat is betrouwbaar?

Links naar in deze audio genoemde bronnen:
   • documentaire klooster Schiermonnikoog
   • radio-interview André van der Braak

Of je nu een kloosterling bent in de christelijke traditie of een monnik of leerling in een boeddhistische orde, je legt je gezag af en kiest onvoorwaardelijk voor de dharma, met de abt of leraar als vertegenwoordiger hiervan. Het is de taak van het instituut om geestelijkheid uit te drukken, waarbij het instituut niet meer zou moeten zijn dan een geschikt middel (upaya) hiertoe. Maar er is geen garantie voor kwaliteit, in welke vorm dan ook.

Maar wat is dan betrouwbaar, waar geloof je in? En wat is overgave versus authenticiteit?
Geloof, vertrouwen, is de grondsubstantie die we nodig hebben. Er is een gezagsfactor nodig van iets anders om ons te redden: de dharma of God, of een belichaming daarvan zoals een bodhisattva of Christus. Je grondintuïtie (waarheidsliefde) moet sterker zijn dan je zogenaamde reële aannames, waan of condities (illusies).

Jij zult dus zelf moeten kiezen welke werkelijkheid het gezag verdient. Het ‘bewijs’ van spiritualiteit moet je echter zelf ontdekken. Een leraar kan een belangrijke hulp zijn om te zien wat belichaming is zodat je je blijft richten op innerlijkheid en niet op de wereld. Je hebt nu eenmaal grondhulp nodig om zicht te krijgen op de dharma, en kracht te vinden om karma los te laten.

Het ik is een raar en tegenstrijdig verhaal en is lastig om mee te werken. Het ego moet rijp genoeg zijn om het los te kunnen laten. Je moet goed beseffen wanneer je met beelden bezig bent, of dat nu zwakke of sterke beelden zijn. Het ego gebruikt in feite alles en het risico bestaat dat het ook spiritualiteit gebruikt. Zodra er beeldvorming optreedt, zit je in moeras. Je moet daarvóór blijven, vóór de beeldvorming, dat is betrouwbaar terrein, daar ergens ga je voelen dat er iets gaande is dat je zelf helemaal niet kunt. Langzaam val je samen met die werking, alles wordt overgenomen door de dharma. Uiteindelijk blijkt er geen ik-spul te zijn, en kunnen functies dienend ingezet worden als dat nodig is.