Volledig belichamen (16-07-31)

stiltijdharma-111Audio van meditatie-onderricht door Ad op zondag 31 juli 2016.
Thema: Werken aan volledige belichaming zijn.

Wanneer je volheid wilt belichamen, kun je geen genoegen nemen met half werk. Je wordt geraakt door het contrast met je eigen onafheid en je wordt dan geïnspireerd om afheid te gaan realiseren. Je hart blijkt zo geprogrammeerd te zijn, richting afheid. Als je dit werk aangaat, is er een diepe ernst nodig. Lichtheid (niet per se humor, wat wel door sommigen aan de zentraditie wordt gekoppeld) is meer een voelbaar effect, maar de aard van het werk is ernst. Of, vanuit de dharma gezien: waarheidsliefde.

De eerste schakel is het zien van het absolute karakter van de werkelijkheid; de gedeelde eenheid van de dharmakaya. Dan moet je dit gaan toelaten als je ware identiteit in plaats van de kleine, gemaakte identiteiten waar je je aan ophangt. Hoe maak je dit van concept tot levende werkelijkheid? Je vertaalt het naar belichaming op celniveau. Dat wil zeggen: je voelt hoe alles ervan vervuld is en geen aanvulling nodig heeft. Je voegt nergens iets aan toe. De waarheidsgeest werkt door alles heen.

Toelaten van de grote aspecten van het bestaan: de mysteries van liefde, eerlijkheid, sterfelijkheid, vormt de ingang naar tot leven komen. In oefening kun je beleven dat er een geest is die niet sterft. Daarvoor moet je bereid zijn het lichaam los te laten. Dan voel je: echte belangeloosheid (die nodig is om het lichaam los te laten) is moeilijk. Maar het doel is: werkelijkheid belichamen. Alle moeite die daarin verschijnt ben je bereid om aan te gaan. De overbodige drukte zit hem in de verkeerde visie dat je veel nodig zou hebben en van alles moet bewerkstelligen. Maar je kunt je eenvoudig laten dragen en bezielen en bewegen, zoals je voortdurend al gedragen en bewogen wórdt, alleen je ziet het niet en je voelt het niet.

De weg heeft de twee aspecten van wijsheid en mededogen. Deze zet je als eerste in naar jezelf (als ‘eerste ander’) om neutraal te leren kijken naar en werken met het instrument waarover je beschikt: je lichaam en je vermogens. Langzaam hanteer je dit ook naar anderen, wanneer je gaat zien dat alle wezens bewogen worden door dezelfde waarheidswerking. De weg werkt instant (direct): er is geen proces. Het is steeds opnieuw een keuze, maar een onvoorwaardelijke keuze. Die definitiefheid maakt de methode heel eenvoudig. De kracht van je grondintentie bepaalt of je bij je keuze blijft. Het zien van de tweepoligheid is behulpzaam bij het maken van een keuze. Is de keuze gemaakt, dan is er een oneindige verfijning en verruiming mogelijk in dienst van het uitbreiden van je actieradius met behoud van dezelfde kwaliteit. Dit is het geleidelijke verloop van de weg.