Tweestromenland (17-01-05)

stiltijdharma-111Audio van meditatie-overleg, opgenomen op 5 januari 2017.
Thema: concreet integreren van innerlijkheid en uiterlijkheid (onze tweepoligheid).

Hoe kom je toe aan leren en genieten, beide aspecten?
Karma (conditionering) nodigt uit om van te leren, dharma (waarheid) om te dienen. Dharma kun je niet leren en toch is er de uitnodiging dit helemaal te belichamen, en wel zodanig dat er geen contrast meer is tussen karma en dharma. Alle wringen, pijn en behoeftigheid wordt dan in volheid aanvaard, begrepenen en vervangen. Het is meer de wonderlijke samenhang herkennen en aanvaarden tussen die twee.

Er is niet zozeer sprake van een conflict tussen karma en dharma, de wereld en de Weg, maar een eenzijdigheid en verstarring. We zijn gekanteld naar zintuiglijkheid, maar daarmee is dharma niet minder geworden. Als je beseft dat dit dus helemaal niet aangetast is en reeds volop draait, dan voelt dit alsof je met je wereldse oriëntatie geen recht doet aan de werkelijkheid. Er hoeft niets te worden verworven, je hoeft niet te hikken tegen iets onhaalbaars.

Oefenen is de uitnodiging om de werkelijkheid te normaliseren en niet zo raar te blijven doen. Zoek het intiem en dichtbij. Heb genoeg aan de volheid die je bent en zoek het niet in projecties om je heen omdat je dit niet in de gaten hebt. Het onderricht fluit ons terug uit de illusies, nodigt ons uit om te kijken naar binnen om te ontdekken hoe de volheid daar te vinden is. Dit stelt je in staat om alle condities efficiënt te hanteren.

Hoe breng je dit in de praktijk? Uit hoe je handelt, blijkt je besef. De toetsing van bevrijding zit aan de karmische kant: aan je dharmische handelen valt af te lezen dat je karma is vereffend. Weet hebben en oefenen zelfs is niet genoeg, als het in je handelen niet geïntegreerd is. Dat is waar het lijden ontstaat. Weet hebben van je heiligheid, verbondenheid met waarheidsbesef en liefde, terwijl dit in de wereld wordt gecorrumpeerd voor je gevoel.

Blindheid is de oorzaak van onze hechting aan het vormenspul. Er is niks verkeerd aan de verschijnselen, alles wat we meemaken, zelfs het denken. We kijken verkeerd en zien niet wat het wel is. Daarom: alleen door onthechting kan volheid van de dharma voelbaar gaan worden. Een eigen dominantie van innerlijkheid is de enige manier om evenwichtig om te gaan met de wereld. Ik moet meer dan 50% thuis zijn van binnen, dat is het begin van herstel. Is het percentage lager dan blijf je geïnfecteerd.

Stap aan jezelf voorbij, leer jezelf herkennen in de ander, heb oog voor het gemeenschappelijke. Zie dat iedereen verticaal wordt bewogen en horizontaal worstelt. Op een diep niveau hebben we allemaal te kampen met eenzelfde basisproblematiek: eenzaamheid, behoeftigheid, sterfelijkheid. En zie dat de aangeleerde compensatie hiervoor in het ik-verhaal ons nog verder isoleert.

Openheid naar anderen brengt ons verder naar binnen, paradoxaal genoeg. Voeling en tolerantie nemen door zo’n houding toe. Besef hiervan leidt tot instante verdieping.

Altijd 2 slagen:
1e) herken je de bedoeling, voel je het motief?
2e) maak je er werk van?
Het eerste is voorwaarde voor het tweede. Sla stap 1 niet te snel over, schiet niet te snel in de vorm. Het is niet zo 1-2-3 op de rit gezet. En stap 1 kun je telkens weer opnieuw maken, enthousiasme opbrengen voor de Weg. “Hoor je dat, mijn hartje, we kiezen voor liefde en nemen de dood op de koop toe.”

De angst vanuit de kleinheid voor de dood weerhoudt ons om te kiezen voor de Liefde en weerhoudt ons om de stolp van zelfzuchtigheid te doorbreken.

Onthechting is ontzettend moeilijk, alles loslaten 360 graden rondom en 100% gaan tot op de bodem… Maar de vrijheid en betrouwbaarheid die verscholen ligt achter de moeite van onthechten is het meer dan waard.

Je komt als beoefenaar aan echtheid toe in 3 stappen:
1) Uit de burgelijkheid: de conventie, moraal, de lafheid, de angst.
2) Naar een authentieker innemen van je bestaan als personage, herstel van rijpheid van het ik. Herstellen van het gezag. Tot leven komen.
3) En uiteindelijk gan zien dat de conventionele en vrije vormen van leven allebei niet in echtheid plaatsvinden. Zie de verraderlijkheid bij de voorgaande stap vanwege de toevoeging van het gemoed en verlevendiging, maar nog steeds kunstmatig. Zolang er sprake is van beoordeling en weging, is er behoeftigheid, de essentie van lijden.

Juist bezien maakt dit het je mogelijk in één verschuiving door te trekken naar de definitieve opstelling van het leven. Om te gaan onderzoeken: wat is wel betrouwbaar? Als je ophoud met maken en stilvalt weet je niet wat je doen moet. In de omgeving waar je je bevindt raak je uitgeschakeld als je niet draait. De vraag naar echtheid is een hele moeilijke. Je kunt je heel bedrieglijk echt voelen.

De diepte van je motief bepaalt de mate van je ontvankelijkheid en transformatiemogelijkheid. Als je motief oprecht is en zich voelbaar maakt aan de oppervlakte zodat het geraakt kan worden, kan snel van alles gebeuren. Als er een verborgen hartsmotief draait dat ingekapseld is in voorbehoud en angst en dan is het zeer de vraag of er iets mee gebeurt.

Het is niet ver weg. De kloppende aard van wie je bent kun je altijd overal inbrengen, je kunt er nou mee gaan werken. Alsof je de ramen openzet daarbinnen en de werkelijkheidsbries laat trekken door de voorraadschuur van verworvenheden, patronen en bezittingen. Laat de werkelijkheid je bewegen op momentniveau, het is geen paradigmaverschuiving. Een besef landt in je hart, daardoor verandert je leven, ga je ermee werken.

Als je echt geraakt bent door het gevoel van die innerlijke bloei of belevingskwaliteit zal dat permanent en in iedere situatie als spiegel gaan fungeren voor de momenten waarop je iets tegenkomt dat minder is. Dit is niet wat ik wil, want ik ken iets sjiekers. Stilvallen is het gevolg – plus, je geweten gaat je parten spelen. Daarom: je kunt het hierbij beter niet denken in termen van voor- of achteruitgang. We worden veel meer wakker voor wat er gaande is en krijgen oog voor de onzin die we hebben draaien. Vraag je af wat noodzakelijk is, niet wat er allemaal kan. Net als Boeddha die geen genoegen nam met alle rijkdom om hem heen en het achter zich liet op zoek naar iets waardevollers.

Je hebt een hele hoop kwaliteit en capaciteit maar laat je bepalen door condities, waardoor je vorstelijkheid aan duigen ligt. Het verheugen van het perspectief van het thuiskomen in jezelf is, als het goed is, groter dan de pijn van het vastzitten in de wereld. De pijnlijkheid is oppervlakkig, de dharma is diepgaand betrouwbaar, een constante klop aan de deur.

We zijn onderhevig aan twee krachten, zodanigheid en onwetendheid, die ons constant doorwasemen. De geest is een stroom van fijnste substantie met een verblindings- en een bevrijdingsvermogen. De mate van vertrouwen in de stroom van zodanigheid zal de stroom van onwetendheid stoppen, de basis van je oefenkwaliteit. Het is de bedoeling van ons mensen om dit op te lossen en doet een appel op onze volheid. De massiviteit van je verblinding is hoe je het ervaart, maar deze massiviteit is juist onderdeel van je verblinding. Dit komt door meting, een afgeleid geestelijk vermogen.

Het innemen van een intentie is veel kernachtiger. De werkelijkheid is nou gaande. Ik hang samen met de werkelijkheid, en niet zo zuinig. Je kunt ook een vat van illusies van jezelf maken. Ieder beeld van jezelf is een illusie. Ieder denkbeeld (vooral in meditatie zie je dat heel goed) is ventilatie en kun je loslaten. Condities en ideeën zijn een buffer naar de werkelijkheid. Laat de diepte van wijsheid en liefde toe in het moment. Zie dat alles uiteindelijk wegvalt – ideeën, illusies, houvast – en er werkelijkheid overblijft. Wat zou je dan nog veel inzetten op dat eerste?

Veel mensen beweren het tegendeel: waarheid is een ilusie, kom liever op voor jezelf. Dan is dus de vraag: hoe staat het intussen met jou? Heb jij al een keus gemaakt? Zolang de vraag naar wat werkelijk is, de waarheid of de wereld, onbeantwoord blijft, hang je. Twee botstende scenario’s voor je identiteit: hoe weet je wat waar is. Neem je de twee polen voor lief, of ga je ze onderzoeken? Durf je je bestaan aan de orde te stellen? Je zit in het moeras en twee gasten zitten te roepen om je eruit te helpen: waarheid en illusie. Illusie werpt je een touw toe dat telkens breekt, niet krachtig genoeg.

Je moet aan de bak. Er is geen tijd om achterover te leunen. Verrijkend voor mensen die dat doen, problematisch voor degenen die het nalaten. Menigeen zit verlegen om jouw echtheid. Dat werkt misschien als een hart onder de riem. Breng je oefenkwaliteit in in jouw eigen situatie.

 

Goedheidsmasker (16-10-31)

stiltijdharma-111Dit is de audio van de laatste Stiltij-krijgskunsttraining – zo bleek achteraf – opgenomen op 31 oktober, vlak voor Ad’s maandretraite.
Thema: het lichaam integreren in het éne pad van ontwaken.

Het overleg van deze training gaat verder dan enkel krijgskunst: we onderzoeken wat het betekent om lichaam te zijn, in het licht van ons totale bestaan.

Heilzaam omgaan met het lichaam houdt in: loslaten, ontspannen, aanvaarden – als natuurlijke voorwaarde voor een betrouwbare identiteit.
Oefenen leert je stabiel te staan in alle dagelijkse interactie.

De basis hiervan is een bewuste, integrale, kalme geest.
Als bodhisattva wil je jezelf en anderen zo goed mogelijk behoeden en bemoedigen; dit leert je je doodsangst te overwinnen en werkelijke liefde te beleven.

Uiteindelijk kan het lichaam gaan fungeren als een soort goedheidsmasker dat je op de wereld legt en dat een geruststellende, harmoniserende en versterkende werking heeft in elke omgeving waar het wordt ingezet.

 

Advies (lied)

Lied aan het einde van de meditatie-training van zondag 9 oktober 2016.

16-10-09-advies

ADVIES

Mensen komen klagen of jubelen, over hoe hun leven loopt
op zoek naar wijsheid, inspiratie en advies, en

Refrein: steeds weer vraagt deze grote kwestie
om rustig, nuchter en geduldig oefenen

Tegenslag en moeite is niet, wat je liefst van alles ziet
geef mij maar volheid van rust en levenslust, maar (refr.)

Verleiding en bedreiging verbreken het houvast van balans
tussen de polen van puurheid en bedrog, dus (refr.)

 

Tekst & muziek: Stiltij

sluiting

Het levensklooster van een bodhisattva (16-09-25)

stiltijdharma-111Audio van meditatie-onderricht door Ad op zondag 25 september 2016.
Thema: Bodhisattvaschap als levenshouding

Als we vaak genoeg toekomen aan verheldering en inspiratie (onderricht), dan worden de vragen (moeite) ook beantwoord. Karma is als een werkinstrument van de dharma, om te helpen wakker te worden. Het is geen willekeurig verhaal, maar integraal deel van het universum. Er is nergens een stukje dat buiten de werkelijkheid valt. Er is een intrinsieke goedheid in de werkelijkheid. Deze goedheid ligt achter de scheiding tussen goed en kwaad, achter het dualisme van voorkeur en afkeer.

De Boeddha is wakker geworden in lijden. Hij zag dat zijn eigen constructies de oorzaak vormden van het lijden. Maar dat is niet de eindconclusie: je kunt dit lijden oplossen via de oefenweg van shila-samadhi-prajna (trishiksha), ook wel achtvoudig pad genoemd. De beleving van de Boeddha is ook jouw beleving. Je kunt contact maken met de Boeddha, door tijd en ruimte heen. Het bestaan is niet afhankelijk van een lichaam; het hangt van jouw geest af. De identificatie met je eigen lichaam ben je je niet bewust. Geest en lichaam voelen hetzelfde. Toch zijn het verschillende gebieden die op de juiste manier bediend moeten worden. Wanneer de omstandigheden veeleisender worden, minder cultuurbepaald, is meer kracht nodig; dan zoek je sneller naar een geestelijk tegenwicht om goed om te kunnen gaan met de zintuiglijkheid.

In de bodhisattva-opstelling heb je het lichaam als werkinstrument nodig om alle wezens te kunnen helpen bevrijden. Daarvoor is het noodzakelijk om de verkeerde omgang met het lichaam los te laten, dat wil zeggen: de belangen eruit te halen. Het ‘ik’ is nergens te vinden, en het is ook niet alle aspecten samen. Het is veel groter. Het is iets wat blijft bestaan ondanks ons onvermogen om onszelf te formuleren,. Je wordt bevrijd door leegte, vormloosheid.

Het ik-gevoel als zijnde een vaststaande identiteit wordt gevoed door de wereld als referentie te nemen. Je projecteert jezelf daarnaartoe. Projectie is geesteswerking. De wereld (zoals jij iets als ‘de wereld’ beleeft) is aldus een weerspiegeling van je zelfbeeld. Maar er is niet zoiets als continuïteit, er is geen enkel houvast. Er is alleen volheid, en volheid heeft niets nodig. Als die volheid helemaal belichaamd wordt, is er puur beleving. Op dat niveau is er iets wat gedeeld kan worden en dat noemen we de dharmakaya. Als de wereld zo betreden wordt, steeds in volheid, dan wordt dit het werkterrein van de bodhisattva. Je kunt de wereld zien als een levensklooster: het is de actieradius waarin je werkzaam bent en leert.

Dat wat de Boeddha heeft blootgelegd als de kern van mens-zijn noemt hij boeddhanatuur: onze ware aard. Belichaming van je ware aard is het oplossen van individu tot enkel waarheidswerking (dharmakaya). Helemaal aanwezig, zonder behoeftige signalen of belangen. Als je niet langer behoeftig wilt zijn en het lijden niet langer wilt laten voortduren, maar de potentie ziet van bevrijding, wordt de bodhisattva-intentie gewekt. Bodhisattva’s komen ter wereld op grond van een gelofte. Zij helpen mee de gebrekkige belichaming te herstellen naar een natuurlijk aanwezig zijn.

Oplossen van gehechtheid (15-11-22)

stiltijdharma-111Audio van meditatie-onderricht door Ad op 22 november 2015.
Thema: Hoe faciliteer ik het oplossen van gehechtheid?

Moet je de weg verwerven via geleidelijke scholing (via soetra-onderricht) of moet je het rechtstreeks innemen? Dat is een oude vraag. De Zenweg is heel direct met relatief weinig methodiek, en in de Tibetaanse richting vind je veel didactiek.

Een viervoudige oefening om de geest te trainen is een oefening van de Sakya-school: ‘Parting from the four attachments’. De oefening illustreert de bevrijding via onthechting. Het behelst het hele pad: onthechting van dit bestaan, van samsara, van een zelf (eigenbelang), van alle houvast. Aanwezigheid van houvast betekent gebrek aan visie. Het tegengif tegen de hechting aan deze vier zijn respectievelijk:

1. meditatie op onbestendigheid en dood
2. meditatie op de gebrekkigheid van samsara
3. het wekken van bodhichitta, het besef
4. belichamen van leegte

  • Meditatie op dood en onbestendigheid doe je door te voelen hoe het lichaam daaraan onderhevig is. Dit niet toelaten is vast blijven zitten in angst daarvoor, is je groei afsnijden.
  • De gebrekkigheid van samsara heeft betrekking op de geconditioneerdheid, de onafheid van het potentieel, de ontoereikendheid van het drijven op gunstige condities en de pijnlijkheid van vastzitten in grote krachten als pijn, woede, angst.
  • Bodhicitta is verbinding voelen, de ommekeer van schenken gaan vanuit een besef dat geluk de drijfveer is van iedere mens én vanuit een besef van vervulling. Dit laatste voorkomt dat je illusies gaat creëren en dat je een schijnidentiteit gaat hanteren, contrast zoekt met anderen.
  • Leegte is bewustzijn, en alle verschijnselen (dingen, gevoelens, emoties, gedachtes) zijn bewustzijnswerking: vorm is leegte. Je leert dat alle verschijnselen deel uitmaken van de eenheid die je bent: ‘confusion is the primordial wisdom’.

Er bestaat relatieve en absolute bodhicitta.
Relatieve bodhicitta is het vlak van de upaya, de geschikte middelen. De relatieve bodhicitta wordt gewekt via een gelofte. Het toepassen van de upaya is shila, zoals in de geleidelijke weg van beheersing, de eerste stap van shila-samadhi-prajna. De directe weg is het innemen ervan; upaya is dan een expressie van je absolute bodhichitta: leegte (shunyata). Zo’n model is enkel een weergave van hoe werkelijkheid werkt. Het geeft je zicht op de mogelijkheden die je hebt. Als dit onvoldoende duidelijk is, moet je verder onderzoeken. Jij bent het die moet bepalen wat de perspectieven waard zijn die je geschonken krijgt.

Alles verwijst uiteindelijk naar het vuur dat in jou brandt. Jij bent belangrijk, jouw leven is belangrijk. Elke ademteug kan kracht krijgen of niet, maar eenmaal besteed komt een ademteug niet meer terug. Laat je je vasthouden door de valse volheid van welbevinden of maak je een definitieve keuze om aan te sluiten bij je potentieel? Zodra je die keuze maakt, laat je de dharmawind als eerste over je karmaterrein waaien. Blijft karma geuren, dan ga je door met dharmawind daarheen te sturen, tot alles is opgeschoond. Pas dan kun je naar voren gaan werken.

Volledig belichamen (16-07-31)

stiltijdharma-111Audio van meditatie-onderricht door Ad op zondag 31 juli 2016.
Thema: Werken aan volledige belichaming zijn.

Wanneer je volheid wilt belichamen, kun je geen genoegen nemen met half werk. Je wordt geraakt door het contrast met je eigen onafheid en je wordt dan geïnspireerd om afheid te gaan realiseren. Je hart blijkt zo geprogrammeerd te zijn, richting afheid. Als je dit werk aangaat, is er een diepe ernst nodig. Lichtheid (niet per se humor, wat wel door sommigen aan de zentraditie wordt gekoppeld) is meer een voelbaar effect, maar de aard van het werk is ernst. Of, vanuit de dharma gezien: waarheidsliefde.

De eerste schakel is het zien van het absolute karakter van de werkelijkheid; de gedeelde eenheid van de dharmakaya. Dan moet je dit gaan toelaten als je ware identiteit in plaats van de kleine, gemaakte identiteiten waar je je aan ophangt. Hoe maak je dit van concept tot levende werkelijkheid? Je vertaalt het naar belichaming op celniveau. Dat wil zeggen: je voelt hoe alles ervan vervuld is en geen aanvulling nodig heeft. Je voegt nergens iets aan toe. De waarheidsgeest werkt door alles heen.

Toelaten van de grote aspecten van het bestaan: de mysteries van liefde, eerlijkheid, sterfelijkheid, vormt de ingang naar tot leven komen. In oefening kun je beleven dat er een geest is die niet sterft. Daarvoor moet je bereid zijn het lichaam los te laten. Dan voel je: echte belangeloosheid (die nodig is om het lichaam los te laten) is moeilijk. Maar het doel is: werkelijkheid belichamen. Alle moeite die daarin verschijnt ben je bereid om aan te gaan. De overbodige drukte zit hem in de verkeerde visie dat je veel nodig zou hebben en van alles moet bewerkstelligen. Maar je kunt je eenvoudig laten dragen en bezielen en bewegen, zoals je voortdurend al gedragen en bewogen wórdt, alleen je ziet het niet en je voelt het niet.

De weg heeft de twee aspecten van wijsheid en mededogen. Deze zet je als eerste in naar jezelf (als ‘eerste ander’) om neutraal te leren kijken naar en werken met het instrument waarover je beschikt: je lichaam en je vermogens. Langzaam hanteer je dit ook naar anderen, wanneer je gaat zien dat alle wezens bewogen worden door dezelfde waarheidswerking. De weg werkt instant (direct): er is geen proces. Het is steeds opnieuw een keuze, maar een onvoorwaardelijke keuze. Die definitiefheid maakt de methode heel eenvoudig. De kracht van je grondintentie bepaalt of je bij je keuze blijft. Het zien van de tweepoligheid is behulpzaam bij het maken van een keuze. Is de keuze gemaakt, dan is er een oneindige verfijning en verruiming mogelijk in dienst van het uitbreiden van je actieradius met behoud van dezelfde kwaliteit. Dit is het geleidelijke verloop van de weg.